Want to create interactive content? It’s easy in Genially!

Get started free

Blended mobility: aan de slag

DOWA1 - OO

Created on October 27, 2025

Start designing with a free template

Discover more than 1500 professional designs like these:

Advent Calendar

Tree of Wishes

Witchcraft vertical Infographic

Halloween Horizontal Infographic

Halloween Infographic

Halloween List 3D

Magic and Sorcery List

Transcript

BLENDED mobility: aan de slag

Ontwerp

Leerresultaten

Oriëntatie

IMPLEMENTATIE

Didactische benadering

Concept

Docent- en begeleidersrol

Blend van online en fysiek

Doelgroep

Samenwerking faciliteren

Online component

Studieomvang

Digitale didactiek en inclusieve leeromgeving

Fysieke component

Afsprakenkader

Reflectie en feedback

Evaluatie

Leerresultaten

Net zoals in elk ander vak staat ook bij het ontwerp van een BIP het principe van constructive alignment centraal. Vertrek vanuit wat je studenten aan het einde van het vak moeten kennen, kunnen en zijn (doelstellingen of leerresultaten), en kies vervolgens de (virtuele én fysieke) onderwijs- en leeractiviteiten en evaluatievormen die daar het best bij aansluiten.

Een BIP biedt bovendien een uitgelezen kans om naast disciplinespecifieke ook generieke competenties te ontwikkelen, zoals samenwerking, reflectie en communicatie. Internationale en interculturele competenties krijgen daarbij expliciete aandacht, zodat studenten niet alleen inhoudelijk groeien, maar ook als wereldburgers.

Fysieke component

In de fysieke component ligt de nadruk op intensieve samenwerking, toepassing en coaching. Studenten werken hier idealiter met concrete opdrachten van echte stakeholders (bijv. organisaties, bedrijven, steden), waardoor ze de relevantie en urgentie van het leren zien. De fysieke bijeenkomsten lenen zich bovendien goed voor ervaringsgericht leren, zoals studiebezoeken, simulaties of het testen van prototypes. Daarnaast is de fysieke component een kans om het internationale netwerk van studenten en lesgevers te versterken. Door samen te werken en te reflecteren in een nieuwe context, ervaren studenten de fysieke fase vaak als het hoogtepunt van de leerervaring. De fysieke component moet minimaal 5 en maximaal 30 dagen duren. De meeste eerdere BIP's hadden een fysieke fase van 5-7 dagen.

Doelgroep

Bij het plannen van het samenwerkingsproject is het belangrijk om eerst de doelgroep van het BIP scherp te stellen. Richt je je op bachelor- of masterstudenten? Gaat het om studenten binnen één specifiek opleidingstraject, of om een mix van verschillende vakgebieden? Over hoeveel studenten gaat het? Vanuit pedagogisch-didactisch oogpunt wordt aanbevolen een BIP open te stellen voor maximaal 60 studenten met het oog op leren, begeleiding, organisatie etc. Denk ook na over hun begincompetenties: welke voorkennis hebben ze nodig om actief te kunnen deelnemen? Wat met de talenkennis, in het bijzonder hun beheersing van het Engels? Welke werk- en evaluatievormen kennen ze en welke ondersteuning hebben ze nodig om aan nieuwe methoden te wennen? .

Studieomvang

Wat zal de studieomvang zijn van het BIP? Een BIP moet volgens het Erasmus+-programma minimaal 3 ECTS omvatten. Dit stemt overeen met 75 tot 90 uren voorgeschreven onderwijs-, studie-, en evaluatieactiviteiten.

Concept

Een BIP-project begint meestal met een concreet idee, bijv. een interdisciplinaire, compacte cursus die gezamenlijk wordt gegeven en gericht is op een specifieke groep studenten.

Voorbeeld: Een professor Kunstgeschiedenis van universiteit A wil samen met een professor Restauratie van universiteit B een seminarie rond middeleeuwse muurschilderingen organiseren. Studenten analyseren de artistieke stijl, historische context en restauratietechnieken van deze werken. Om het seminarie te verrijken én te voldoen aan de BIP-vereisten, wordt een derde partner betrokken: een professor Materiaalkunde van universiteit C. Die biedt inzichten in de chemische samenstelling van pigmenten, verouderingsprocessen en duurzame conserveringsmethoden. Zo ontstaat een interdisciplinair programma waarin studenten leren vanuit artistieke, technische en wetenschappelijke invalshoeken - een duidelijke meerwaarde van het BIP-format.

Evaluatie

Evaluatie en feedback zijn onmisbaar om leren tijdens een BIP te sturen en zichtbaar te maken. Formatieve evaluatie (niet op punten), zoals check-ins, (zelf)testen of peer assessment, geven studenten tussentijds inzicht in hun leervoortgang en maken voor lesgevers zichtbaar waar extra begeleiding nodig is. Door aan elk evaluatiemoment duidelijke feedback te koppelen, ontstaat een doorlopend leerproces waarin studenten hun werk stapsgewijs kunnen verbeteren.Daarnaast is ook summatieve evaluatie (op punten) nodig om te bepalen of de studenten al dan niet de leerresultaten hebben behaald. Vaak wordt gekozen voor een combinatie van een groepsproduct, dat bijv. de gezamenlijke uitkomst van de ‘challenge’ laat zien, peer assessment, en een individuele reflectie, waarin elke student verantwoordt wat hij of zij geleerd heeft. Op die manier worden zowel de samenwerking als de individuele bijdrage zichtbaar.

Door te werken met rubrics weten studenten vooraf waarop ze beoordeeld worden en kunnen ze hun werk hierop afstemmen. Rubrics maken feedback bovendien concreet en transparant, en ondersteunen lesgevers bij consistente beoordeling. Goed om te weten: de verantwoordelijke lesgever van de coördinerende instelling draagt steeds de finale verantwoordelijkheid voor de punten.

Reflectie en feedback

Reflectie en feedback zijn cruciaal binnen een BIP, zowel voor het leerproces van studenten als voor het bewaken van de kwaliteit. Regelmatige feedback, zowel van lesgevers als tussen studenten onderling, helpt om ervaringen te delen en samenwerking te verbeteren. Reflectie geeft studenten inzicht in hun leerproces en helpt hen om ervaringen te koppelen aan theorie en toekomstige situaties. Korte individuele reflectieopdrachten en gezamenlijke teamreflecties versterken zowel de groepsdynamiek als de generieke competenties.Lesgevers moeten alert zijn voor signalen zoals lage participatie, vertragingen of spanningen in teams. Snelle interventies, zoals taken herverdelen of bemiddelingsgesprekken faciliteren, zorgen ervoor dat het programma afgestemd blijft op de noden van de groep. Het is niet aangewezen om bestaande groepen te ontbinden.

Reflectie
feedback
Samenwerking faciliteren

Een veilige en inclusieve leeromgeving is de basis voor succesvolle samenwerking. Studenten moeten zich vrij voelen om ideeën te delen, vragen te stellen en fouten te maken zonder angst voor oordeel. Dat kan bijvoorbeeld door open communicatie te stimuleren, wederzijds respect te benadrukken en diversiteit in perspectieven expliciet te waarderen. Succesvolle samenwerking komt niet vanzelf tot stand, zeker niet in internationale en multidisciplinaire teams. Plan daarom vanaf het begin bewust tijd in voor ijsbrekers en groepsvormende activiteiten, zowel online als tijdens de fysieke mobiliteit. Zulke activiteiten helpen studenten om elkaar te leren kennen, vertrouwen op te bouwen en culturele verschillen bespreekbaar te maken. Tijdens de verdere uitvoering vraagt samenwerking om actieve opvolging van de groepsdynamiek. Lesgevers kunnen dit ondersteunen door regelmatig kort in te checken bij teams, te letten op ongelijke bijdragen en studenten te begeleiden bij het maken van duidelijke werkafspraken. Zo worden samenwerkingsproblemen vroegtijdig opgemerkt, en krijgen alle studenten de kans om zich actief in te zetten en van elkaar te leren.

Online component

De online component bestaat meestal uit een combinatie van asynchrone en synchrone leeractiviteiten. Asynchrone activiteiten zijn activiteiten die studenten op hun eigen tempo uitvoeren, zoals teksten lezen, opgenomen hoorcolleges en kennisclips bekijken, deelnemen aan discussiefora, opdrachten, groepsprojecten en quizzen. Synchrone activiteiten daarentegen vinden op vastgestelde tijdstippen plaats en omvatten bijv. ‘live’ hoorcolleges, discussies en groepswerk in break-outsessies. Bepaal zorgvuldig welke inhoud je het beste aanbiedt door zelfgestuurde, asynchrone activiteiten en welke baat hebben bij de interactie en realtime feedback van synchrone activiteiten. Overweeg hoe je deze twee soorten activiteiten integreert. Je kan bijvoorbeeld een flipped classroom-model gebruiken, waarbij asynchroon materiaal concepten introduceert, gevolgd door synchrone sessies voor diepere verkenning en toepassing. Asynchrone discussiefora kan je ook gebruiken om te reflecteren over synchrone activiteiten en om doorlopend feedback te geven. Er zijn geen regels over de duur van de online component, maar gemiddeld hadden eerdere BIP's een online component van 6-9 weken.

Docent- en begeleidersrol

In een BIP vervult de verantwoordelijke lesgever meerdere rollen. Enerzijds fungeert hij of zij als projectmanager: structuur bieden, het project plannen, activiteiten en deadlines op elkaar afstemmen, leerdoelen en verwachtingen expliciet maken en betrokken docenten coördineren. Heldere communicatie over verwachtingen en deadlines is daarbij cruciaal. Daarnaast treedt de lesgever op als zichtbare begeleider, die actief aanwezig en bereikbaar is voor studenten, zowel online als tijdens de fysieke momenten. Ten slotte is de lesgever ook facilitator of coach door de voortgang op te volgen, tijdige feedback te geven, samenwerking te stimuleren en een veilig leerklimaat te creëren. Tijdens de fysieke component is vaak extra begeleiding aangewezen. Extra begeleiders kunnen teams ondersteunen bij opdrachten, workshops en werkbezoeken, gerichte feedback geven en de groepsdynamiek opvolgen. Dit is bijzonder waardevol in een international classroom, waar studenten verschillen in cultuur, taal en voorkennis. Moedig de lesgevers van de partnerinstellingen aan om deel te nemen aan de fysieke component van het BIP en om van bij de start contact te leggen met de studenten. Door in gesprek te gaan, krijgen ze beter zicht op de interesses en achtergronden van de groep, wat helpt om hun lesinhoud hierop af te stemmen. Bovendien bevordert hun aanwezigheid de samenwerking met medelesgevers en het ontdekken van gemeenschappelijke raakvlakken.

Afsprakenkader

BIP’s zijn een groepsproject. Een helder afsprakenkader is essentieel voor een geslaagde BIP, zowel met externe/internationale partners, als met collega’s binnen de faculteit. Neem voldoende tijd om elkaar te leren kennen en de samenwerking goed af te stemmen: bespreek regels, verwachtingen, evaluatiecriteria en praktische afspraken. In een programma met deelnemers uit verschillende universiteiten en culturen is dat extra belangrijk. Maak duidelijk wat van elke lesgever, begeleider of spreker verwacht wordt in de verschillende fases van het BIP, en zorg voor een kennismakingsmoment. Leg vast welke regelgeving gevolgd moet worden, wie wanneer lesgeeft, wie de studenten beoordeelt, hoe de evaluatie verloopt en hoe punten worden omgerekend. Sta ook stil bij impliciete verwachtingen (‘hidden curriculum’) en bespreek deze openlijk met je partners.

Digitale didactiek en inclusieve leeromgeving

Het is belangrijk om vooraf duidelijk te bepalen welke digitale tools zullen worden gebruikt voor de voorbereiding, samenwerking en kennisdeling. Dit omvat onder andere videoconferentietools, online leeromgevingen en interactieve platforms. Alle betrokken lesgevers en studenten moeten toegang hebben tot deze tools, ermee kunnen werken en beschikken over de nodige hardware, software en een stabiele internetverbinding.

Studenten die geregistreerd zijn bij de ontvangende instelling krijgen toegang tot de institutionele digitale omgevingen. In het geval van een BIP gecoördineerd door de UGent, kan Ufora worden ingezet voor asynchrone activiteiten. Alternatieve platformen zoals Microsoft SharePoint en OneDrive kunnen eveneens. Voor synchrone activiteiten, zoals live online lessen, is Microsoft Teams een aanbevolen keuze. Om de online interactie te versterken, kan Wooclap worden gebruikt. Wooclap biedt polls, quizzen, wordclouds, whiteboards en prikborden, die bijdragen aan een dynamische leeromgeving. Het lesmateriaal kan in verschillende vormen worden aangeboden, zoals tekst, video en interactieve opdrachten, zodat studenten kunnen kiezen wat het best bij hun leerstijl past. Daarnaast is het essentieel om duidelijk te communiceren welke tools tijdens het BIP aan bod komen en via welk kanaal studenten informatie mogen verwachten, bijvoorbeeld via e-mail of aankondigingen op Ufora. Besteed in het BIP voldoende aandacht aan privacy en gegevensbescherming, zeker wanneer studentengegevens gedeeld worden met personeel van andere instellingen.

Blend van online en fysiek

Bij de verdere planning van het BIP is het belangrijk om goed na te denken over hoe de inhoud zinvol verdeeld kan worden tussen virtuele en fysieke lesmomenten (blend). Denk ook na over de volgorde: de fysieke component kan aan het begin, in het midden of aan het einde van de cursus voorkomen. Elke keuze heeft voor- en nadelen. Bij het plannen van de virtuele fase is er algemeen meer flexibiliteit mogelijk, de fysieke fase vraagt om nauwere afstemming met lesroosters, examenperiodes en lesvrije momenten.

1. Fysieke component aan het begin van de cursus + Sterke groepsdynamiek vanaf het begin + Voor studenten is het gemakkelijker om de context te begrijpen, wat het groepswerk vergemakkelijkt - Het is moeilijk om de studenten betrokken te houden in de daaropvolgende online fase Deze aanpak kan nuttig zijn wanneer het belangrijk is om meteen een hechte groep te vormen en studenten actief te betrekken bij het thema. De virtuele fase kan dan dienen als opvolging, verdieping en reflectie.

3. Fysieke component aan het einde van de cursus + Maakt een optimale planning van de fysieke component mogelijk (bijv. activiteiten die relevant zijn voor het groepswerk plannen, de juiste stakeholders uitnodigen) + De cursus bouwt op naar de langverwachte fysieke component, waardoor de betrokkenheid van de studenten tijdens de eerste online weken toeneemt - Groepswerk tijdens de online component is moeilijker, waardoor er een minder efficiënte samenwerking is gedurende een groot deel van de cursus Deze aanpak is geschikt wanneer de fysieke fase dient als climax van het leertraject, bijv. voor presentaties, evaluaties of intensieve samenwerking.

2. Fysieke component in het midden van de cursus Hoewel deze optie minder vaak voorkomt, kan een fysiek moment in het midden dienen als een brug tussen theorie en praktijk. Studenten starten online met voorbereidende hoorcolleges en theoretische discussies, waarna ze tijdens de fysieke fase intensief samenwerken aan het leerproject. De online fase die daarop volgt, dient voor verdieping, reflectie en afronding.

B begin, in het midden of aan het einde van de cursus voorkomen. Elke keuze heeft voor- en nadelen. Bij het plannen van de virtuele fase is er algemeen meer flexibiliteit mogelijk, de fysieke fase vraagt om nauwere afstemming met lesroosters, examenperiodes en lesvrije momenten.

Didactische benadering

Er zijn verschillende didactische benaderingen mogelijk binnen een BIP. Eén daarvan is challenge-based learning, waarbij internationale en multidisciplinaire studententeams samenwerken aan actuele en complexe maatschappelijke vraagstukken. Deze uitdagingen kunnen zich situeren binnen een lokale context en zijn vaak gelinkt aan de Sustainable Development Goals. Door studenten actief te betrekken omnaar oplossingen te zoeken, stimuleert deze aanpak eigenaarschap, creativiteit en het vermogen om vanuit diverse perspectieven te denken en handelen. Naast het verwerven van inhoudelijke expertise ontwikkelen studenten ook generieke competenties, zoals samenwerken in een interculturele context, kritisch denken en probleemoplossend vermogen. Andere onderwijsvormen kunnen even goed ingezet worden, afhankelijk van de leerdoelen en context van het vak. Denk bijvoorbeeld aan projectgebaseerd leren, onderzoekend leren, simulaties of cocreatie met externe partners. De keuze voor een aanpak hangt af van de gewenste leerresultaten, de beschikbare expertise en de mate van samenwerking tussen de betrokken instellingen.