Feedback tijdens je studies
Hoe je als student écht beter wordt.
Klik op het gele pijltje om verder te gaan!
Feedback?
Welkom!
Feedback… da’s gewoon commentaar van je prof, toch? Of misschien denk je bij feedback spontaan aan opmerkingen op je paper, punten op een opdracht of commentaar tijdens een presentatie. Maar eigenlijk krijg je veel meer feedback dan je denkt – en veel vaker. In de les (zelfs in grote groepen), tijdens practica, op je stage, bij je bachelor- of masterproef. Soms van je docent, soms van medestudenten. En vaak ook… van jezelf. Feedback is overal. De ene keer is het overduidelijk, de andere keer moet je er bewust naar op zoek. Soms kijk je terug naar wat je deed, soms kijk je vooruit naar hoe je iets beter kunt aanpakken, en soms ben je gewoon onderweg – aan het leren, aan het groeien. Dat is de kern van feedback: het helpt je om te leren, stap voor stap. Het is dus geen eindpunt, maar een continu proces. Dit leerpad helpt je daarbij. Hoe beter je leert om feedback te herkennen (module 1), te krijgen (module 2), erom te vragen (module 3) én te geven (module 4), hoe meer je eruit kunt halen . Het leerpad doorlopen duurt ongeveer 45 minuten.
Na het doorlopen van dit leerpad:
Herken je feedback in allerlei situaties en besef je dat het belangrijk is; Weet je wat het concept feedback inhoudt; Weet je hoe je feedback kunt krijgen; Ken je concrete manieren om feedback te vragen; Weet je wanneer en hoe je feedback kunt geven.
Module 1
Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 1/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 2/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 3/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 4/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 5/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 6/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
De resultaten
Het lag er vingerdik op: in 5 van de 6 situaties komt feedback duidelijk aan bod. In de meeste situaties krijg je inzicht in waar je op dat moment staat (wat gaat goed? wat gaat fout?). Dat is wat we intuïtief verstaan onder feedback. Tegelijkertijd krijg je in die casussen concrete tips over de volgende stap: hoe en wat kan je veranderen om te verbeteren, om je doel te bereiken? We spreken dan over feedforward. Situatie 3 (de lesgever overloopt mogelijke examenvragen) herkende je misschien niet onmiddellijk als een feedbackmoment aangezien je daar zelf niets doet. Hier geeft de lesgever informatie over het verwachte niveau of doel: waar moet jij naartoe? Die informatie heet feed-up. Feed-up, feedback en feed-forward lopen in de realiteit vaak door elkaar. Daarom gebruiken we overkoepelende term feedback voor alle drie.
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
De resultaten
De casussen tonen ook aan dat feed-up, feedback en feedforward uit verschillende hoeken kunnen komen. Andere mensen zijn de meest voor de hand liggende feedbackgevers, maar je kan ook zelf op zoek gaan in boeken, video’s… of zelfs generatieve AI gebruiken!
En wat met situatie 4? Deze casus lijkt een schoolvoorbeeld van een feedbackmoment, maar eigenlijk gebeurt er iets anders: de student komt niet om te begrijpen wat fout liep of hoe die het beter kan aanpakken, maar vooral om over punten te onderhandelen. Er is geen focus op leren of groei, de focus ligt op een beter punt krijgen.
Module 1 | Wat is feedback?
Goede feedback is iets anders dan kritiek.
Niet alle feedback is even effectief!
Besef dat niet alle feedback je vooruit helpt. Soms krijg je een tekst terug, waar je lesgever stukken zelf herschreven heeft, met het enige verzoek om de aanpassingen gewoon te accepteren — daar leer je niets van. Sterker nog: het kan ervoor zorgen dat je het gevoel krijgt dat je het zelf niet meer kan, een soort aangeleerde hulpeloosheid. En wat als een medestudent vooral commentaar geeft op wie jij bent als persoon, in plaats van op je werk of leerproces? Dan gaat het niet meer over feedback, maar over persoonlijke kritiek. Dat helpt je niet vooruit.
Goede feedback is concreet, komt liefst tussentijds, focust op wat je kunt veranderen, en geeft je inzicht in waar je staat én hoe je verder kunt. Goede feedback benoemt niet alleen wat beter kan, maar ook wat al goed gaat. Goede feedback is eigenlijk een cadeau. Soms onverwacht, soms verpakt in een uitdaging, maar altijd bedoeld om je verder te helpen.
Module 1 | Wat is feedback?
Module 2
Feedback krijgen
Vroeg of laat zal je dus feedback krijgen, maar hoe ga je daar nu op een constructieve manier mee om, zodat je er echt uit leert en mee verder kan? In deze module geven we je een aantal tips.
Module 2 | Feedback krijgen
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Haal meer uit (geplande) feedbackmomenten
Wanneer er een feedbackmoment vastligt (een tussentijds gesprek met je masterproefbegeleider, het feedbackmoment na de examens…), kan je verschillende dingen doen om dit moment optimaal te benutten. Denk eens terug aan zo’n moment. Duid hierna aan welke stappen jij zette VOOR, TIJDENS en NA dit gesprek. Zijn er zaken die je toen niet hebt gedaan, maar die wel interessant zouden zijn om te doen in de toekomst?
Soms krijg je ook schriftelijke, mondelinge of automatische feedback waarbij je niet in interactie gaat met je lesgever, begeleider, mentor of promotor. Bekijk in dit geval enkel de NA- stappen op de volgende pagina.
Module 2 | Feedback krijgen
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Module 2 | Feedback krijgen
Emoties bij het krijgen van feedback
Module 2 | Feedback krijgen
Keep calm and process the feedback
Herinner je je een moment waarop je negatieve of moeilijke feedback kreeg? Niet gemakkelijk, toch? Misschien voelde je frustratie, boosheid of teleurstelling. Maar ook trots en blijdschap kunnen een rol spelen. Al die gevoelens horen bij feedback – en dat is niet alleen normaal, maar ook waardevol. Emoties maken feedback krachtig. Ontdek in dit filmpje hoe die emoties niet de overhand gaan nemen of lees het stappenplan op de volgende pagina.
Module 2 | Feedback krijgen
Het filmpje toont het volgende stappenplan:
(klik op de items voor meer informatie!)
Wees vriendelijk
Luister om te begrijpen
Haal even adem en denk aan de voordelen van feedback
Beoordeel en beslis
Aan de slag!
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Je stageplaats bevalt je wel: er is een toffe sfeer onder de collega’s, je hebt een goeie klik met je mentor en je hebt je draai gevonden in je takenpakket. Na twee weken stage vraagt je mentor je of je twee minuutjes tijd hebt. Jullie gaan apart zitten en je stagementor begint te vertellen dat die absoluut niet te tevreden is omdat je nonchalant bent, geen professionele indruk maakt en niet proactief taken opneemt. Wow, dat had je niet verwacht! Je staat met je mond vol tanden en hoe langer de mentor aan het woord is, hoe groter de krop in je keel wordt. Je wil je emoties niet tonen, maar dat is lastig. Je focussen op wat de mentor aan het zeggen is, lukt al helemaal niet meer.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: GROEPSWERK
Jullie groepswerk is bijna af en je hebt het gevoel dat je goed hebt bijgedragen. Je hebt deadlines gerespecteerd, actief meegedacht en je taken goed uitgevoerd. Tijdens een feedbackronde met je groepsleden verloopt het gesprek eerst vlot, maar dan krijg je onverwachte kritiek. Wat jij als sterke bijdragen zag, wordt in vraag gesteld, terwijl de complimenten die je krijgt vooral over kleine dingen lijken te gaan. Je voelt je onbegrepen en begint je te ergeren, maar je wil het gesprek toch constructief houden.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: PRACTICUM
Tijdens een practicum komt de begeleider bij jou staan. Die vertelt je dat je goed bezig bent, maar dat je sneller moet leren werken en dat je je verslag te slordig aan het invullen bent. Je maakt echter je verslag steeds eerst in potlood, net om het daarna netjes in pen te kunnen zetten, maar dat weet je begeleider niet. Je beseft wel dat je te traag aan het werken bent. De feedback voelt niet helemaal goed.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 4: NA DE EXAMENS
Je hebt net je examenresultaat gekregen en bent teleurgesteld: een 9/20. Je had het gevoel dat het examen goed ging en dat je duidelijke antwoorden gaf. Tijdens het feedbackmoment legt de docent uit dat je antwoorden inhoudelijk vaak te oppervlakkig waren en dat je enkele kernbegrippen fout gebruikte. Je voelt je onbegrepen, want je had écht het gevoel dat je het begreep. Je overweegt om toch te vragen of je geen puntje extra kan krijgen, maar je twijfelt of dat wel zinvol is.
Module 2 | Feedback krijgen
Module 3
Feedback vragen
Feedback doet je groeien. Maar wat als je geen feedback krijgt? Hoe en waar moet je die dan vinden? En kan je die zomaar vragen aan je lesgever?
Module 3 | Feedback vragen
BEREID JE GOED VOOR
Feedback vragen, vraagt voorbereiding. De volgende drie vragen kunnen je daarbij helpen
WAT?
WAAR?
AAN WIE?
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Kies er ook dan 1 concreet punt uit en bekijk hoe je je feedbackvraag in deelvragen kan formuleren. Zeg dus bv. NIET “Kan je me zeggen hoe ik deze taak moet aanpakken?”, maar zeg bv. WEL “Ik weet dat ik een vergelijking tussen auteur x en auteur y moest maken. Ik heb de gelijkenissen en tegenstrijdigheden al in kaart gebracht, en ik weet dat ik die nu gebundeld moet weergeven. Ik zou dat zus en zo aanpakken. Is dat een goede aanpak?”
Wil je feedback op iets waar je nog aan moet beginnen?
Wil je feedback op iets wat je al gedaan hebt?
Beslis dan eerst waar je feedback op wil krijgen, en vraag naar 1 specifiek verbeterpunt. Bijv. “Ik kreeg deze bron niet verwerkt in deze alinea waardoor ik die nu apart heb gezet. Ik weet dat die er echt wel bijhoort. Hoe kan ik dat verbeteren?” Als het antwoord vaag blijft, vraag dan door totdat je exact weet hoe je het de volgende keer anders of beter kan doen: “Kan je dat nog iets concreter maken…?" Of “Kan je een voorbeeld geven…”.
Vermijd de feedbackgever te overvallen met de weinig concrete vraag “Kan je me feedback geven?” De kans is groot dat je helemaal niets krijgt, of net een waslijst van verbeterpunten. Je hebt dus duidelijke, afgebakende feedbackvragen nodig.
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Aarzel niet om spontaan extra vragen te stellen. Hoewel je het best vragen voorbereidt (check tip 1 op de vorige slide), kan het zijn dat je tijdens het gesprek nog nieuwe vragen bedenkt. Ook die kan je stellen. Interpreteer de reactie van de feedbackgever. Als die geen tijd of zin heeft om feedback te geven, zal die dat hopelijk zeggen. Maar er kunnen ook enkel non-verbale signalen zijn, bijv. een frons, een wegdraaiend lichaam, enz. Benoem dan je interpretatie van wat je ziet, bv. “Het is precies geen ideaal moment om mijn vragen te stellen? Is er een ander moment dat beter zou passen?” Neem iets mee om te schrijven, pen en papier of je laptop, en maak notities tijdens het gesprek. Dat getuigt van interesse, vertraagt het gesprek op een goede manier, en geeft ruimte om door te vragen of samen te vatten: “Je noemde drie punten, ik heb er twee genoteerd, wat was het derde? Mag ik even samenvatten? Bedoel je dan…?” Let ook op je houding:
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Ga je voor een mondeling gesprek? Zorg er dan voor dat je de juiste (non-)verbale signalen geeft. Een te directe aanpak kan namelijk arrogant overkomen, met een te passieve aanpak zal je geen (gewenste) antwoorden krijgen. Zoek dus een evenwicht.
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Schrijf je je vraag liever neer in een e-mail of via een ander digitaal platform?
Zorg er dan voor dat je vraag concreet en bondig is, je je taal verzorgt en je op je schrijfstijl let. Specifiek voor een e-mail moet je de regels van de UGent-e-mailetiquette respecteren.
* Opgelet, niet elke lesgever gebruikt e-mail als communicatiekanaal. Sommigen verkiezen een (anoniem) discussieforum op Ufora, een chat of kanaal in MS Teams, of werken met specifieke feedbackmomenten.
Module 3 | Feedback vragen
Hoe bereid je je voor op het vragen van feedback?
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Tijdens je stage merk je dat je veel zelf mag beslissen. Dat vind je op zich wel tof, en je probeert je taken dan ook zo goed mogelijk uit te voeren. Soms ben je echter wat onzeker. “Doe ik het wel goed? Is mijn mentor wel tevreden over mij?” Op het einde van een stagedag schraap je al je moed bijeen en vraag je aan je mentor of die je wat feedback zou kunnen geven. Die antwoordt op een gehaaste toon: “Nu geen tijd voor.” en verdwijnt uit het zicht.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: GROEPSWERK
Halfweg je masterproef heb je met je begeleider een uitgebreid tussentijds feedbackgesprek. Op zich ging het gesprek goed, maar je voelde je wel wat overweldigd. Feedback ontvangen is tenslotte niet altijd even evident. Op het einde van het gesprek vroeg je begeleider je of je met de feedback aan de slag kon. Je hebt je stappenplan doornomen (zie module 2) en antwoordde ja. Twee dagen later merk je echter dat het toch moeilijk is om de puzzelstukjes bij elkaar te leggen. Wat nu? Je wil de begeleider niet nog eens lastigvallen voor een gesprek, die persoon heeft het al zo druk, en jij had tenslotte gezegd dat het allemaal oké was.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: NA DE EXAMENS
Je hebt het gevoel dat je examen goed gegaan is, maar haalt slechts een 11 op 20. Je snapt het niet en gaat naar het ingeplande feedbackmoment na de examens. Het begin loopt goed, maar na 5 minuten merk je dat de lesgever erg aan het uitweiden is over 1 antwoord op 1 vraag. Op den duur gaat het gesprek eigenlijk niet meer over jouw examen alleen, maar over alle verschillende antwoorden die werden gegeven. De lesgever is heel enthousiast en je wil niet onderbreken, dat is onbeleefd. Maar ondertussen tikt de tijd wel verder en de volgende student staat al aan de deur.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 4: GROTE GROEP
Je volgt les in een groep met 500 studenten. De eindscore voor het vak wordt grotendeels bepaald door het examen, maar er is ook een werkstuk dat op punten staat. Jij bent er al aan begonnen, maar twijfelt heel erg of je wel goed bezig bent.
Module 3 | Feedback vragen
Module 4
Feedback geven
Geef jij ooit feedback? Aan wie? En hoe? Over wat geef je zoal feedback?
Module 4 | Feedback geven
Dat feedback waardevol is, daarvan ben je hopelijk al overtuigd. Maar wist je dat jij zelf óók een bron van waardevolle feedback bent? Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen: je medestudenten, je stagementor, zelfs voor je lesgever en je opleiding. Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Feedback geven vanuit jouw positie kan best vreemd aanvoelen. Misschien twijfel je omdat je zelf nog volop aan het leren bent: “Wat weet ik er nu eigenlijk van?” Of denk je: “Gaat mijn stagementor of lesgever dat wel appreciëren?”
Ook jouw feedback is waardevol!
Herkenbaar? Je bent zeker niet de enige. En toch: net omdat je zelf midden in het leerproces zit, zie jij soms dingen die anderen over het hoofd zien. Jij hebt een unieke kijk, en die kan verrassend waardevol zijn. Daarom wordt er ook verschillende keren expliciet gevraagd naar jouw feedback tijdens je opleiding: peerfeedback bij taken, vakfeedback aan het einde van elk semester, opleidingsfeedback aan het einde van elke opleiding (bachelor én master), masterproefbevraging… Deze feedback is heel waardevol en zorgt er effectief voor dat er concrete aanpassingen gebeuren. Tot slot is de vaardigheid om goeie feedback te geven aan anderen, een belangrijke skill die je later in het werkveld ook hard nodig zal hebben. Tijdens je professionele loopbaan zal je geregeld feedback moeten geven aan collega’s, teamleden of stagiairs. Je opleiding is een uitgelezen kans om dat te oefenen: je krijgt er situaties, opdrachten en samenwerkingen voorgeschoteld waarin je deze vaardigheid kan ontwikkelen.
Module 4 | Feedback geven
BEREID JE GOED VOOR
Feedback geven is een complexe vaardigheid waarvan je niet mag verwachten dat je ze vanzelf verwerft. Daarom, net zoals bij feedback vragen, bereid je dit ook het best voor.
WANNEER?
WAT?
HOE?
AAN WIE?
Module 4 | Feedback geven
WAT?
Kreeg je de opdracht om feedback te geven, bijv. in het kader van peerfeedback of vakfeedback op het einde van het semester? Check dan goed welke richtlijnen je hebt gekregen, zowel voor de inhoud als voor de vorm. Inhoud gaat over de zaken waarop je precies feedback moet geven: onderbouwing, taalgebruik, samenwerkingsvaardigheden, inhoud van de lessen... Heb je een rubric, criteria, checklist, script, enquête… gekregen? Dat zijn jouw handvatten om over de inhoud te oordelen. Wat de vorm betreft: moet je enkel iets aankruisen, zelf input schrijven, of ook werken vergelijken en aangeven welk je het sterkst vindt? Zorg dat je weet wat er precies verwacht wordt.
Module 4 | Feedback geven
WAT?
Wil je op eigen initiatief feedback geven? Super dat je dit aandurft! In module 1 kwam al aan bod dat niet alle feedback even effectief is. Check daarom de feedback die je in gedachten hebt volgens deze criteria:
CONCREET
RELEVANT
STERKTES EN ZWAKTES
TUSSENTIJDS
OPLOSSINGSGERICHT
ACTIVEREND
Module 4 | Feedback geven
AAN WIE?
Heb je feedback op de opleiding, bijv. over de spreiding van deadlines van taken, een te hoge werklast voor een bepaald vak… dan kan je dit aangeven in de vak- of opleidingsfeedback. Vergeet ook niet dat je via studentenvertegenwoordigers bepaalde zaken ter sprake kan brengen in de opleiding of faculteit. Zo wordt je feedback ook tussentijds, waardoor de opleiding of faculteit mogelijk nog snel iets kan bijsturen.
Opleiding
Een eerste stap is om je medestudenten feedback te geven. Soms is dat gewoon deel van een opdracht. Maar ook als het niet expliciet gevraagd wordt, kan het erg waardevol zijn. Onthoud: feedback is een cadeau! Door iets meteen aan te kaarten, help je de ander sneller bijsturen — beter dan dat die er nog weken mee blijft sukkelen. En wat als je medestudenten niets met je feedback doen? Dat is wel jammer, zeker als je feedback terecht was, maar het blijft hun keuze. Geef dat gerust ook mee in je feedback: “Ik hoop dat je er iets aan hebt, maar voel je vrij om zelf te beslissen wat je ermee doet.” Zo vergroot je de kans op een open reactie.
Medestudenten
De grootste stap is waarschijnlijk feedback geven aan je begeleiders, stagementoren of lesgevers. Dit kan best spannend zijn, maar laat je hierdoor niet afschrikken. Als er bijvoorbeeld een fout in het handboek staat, als jij en andere studenten een bepaald onderwerp niet begrijpen, of als je stagementor je taken geeft die niet aansluiten bij je stageopdracht, dan is het net waardevol om daar feedback over te geven. Zorg er wel voor dat je feedback concreet, relevant en oplossingsgericht is en blijf steeds beleefd.
Begeleiders, stagementoren of lesgevers
Module 4 | Feedback geven
HOE geef je dan feedback?
Je kan feedback geven via een mondeling gesprek, schriftelijk, of een combinatie van beide, bijvoorbeeld wanneer je je schriftelijke feedback mondeling toelicht.
Mondelinge feedback vindt “live” of online (bv. via MS Teams) plaats. Het grote voordeel is de directe interactie: gever en ontvanger kunnen meteen op elkaar reageren. Er is ruimte om door te vragen, samen na te denken over oplossingen of stil te staan bij emoties. Schriftelijke feedback daarentegen is meestal asynchroon: feedback geven en ontvangen gebeurt op verschillende momenten. Typische voorbeelden zijn peerfeedback op een paper, een mailtje naar je lesgever, of de vakfeedback. Het voordeel van schriftelijke feedback is dat je de tijd hebt om alles zorgvuldig te formuleren en je boodschap helder en gestructureerd over te brengen. Ook voor de ontvanger biedt het voordelen: die kan de feedback op eigen tempo lezen, laten bezinken en er pas later op reageren indien de feedback in eerste instantie “zwaar valt”. Je kan zelf kiezen wat voor jou het beste aanvoelt, maar check zeker of er al bestaande afspraken zijn. Heeft de lesgever bijvoorbeeld aangegeven dat die geen mails beantwoordt, maar wel actief is op het discussieforum op Ufora? Is er een vast spreekuur of is de lesgever tijdens de pauze beschikbaar?
Module 4 | Feedback geven
WANNEER geef je feedback?
Twee tips • Het beste moment om feedback te geven én te ontvangen is wanneer je emoties in balans zijn. Stuur dus geen mail als je erg boos bent, en spreek je lesgever niet aan net wanneer die gehaast lijkt te vertrekken naar een volgende afspraak.
• Vermijd om telkens opnieuw kleine opmerkingen te geven. Merk je bijvoorbeeld verschillende foutjes op in de cursus? Dan is het vaak beter om die te bundelen in plaats van elk punt apart te melden.
Module 4 | Feedback geven
Waag de sprong!
Hierna geven we twee concrete technieken om feedback te geven. Het 4G-model wordt vooral gebruikt in mondelinge scenario’s. Voor schriftelijke feedback kan je het ezelsbruggetje “BOSS” gebruiken: beschrijven, oordelen, staven, suggesties.
Module 4 | Feedback geven
Het 4G-model
Het 4G-model is vooral handig om mondeling feedback te geven op (ongewenst) gedrag. Het bestaat uit 4 componenten:
Beschrijf het gedrag vanuit de “ik”-vorm. Zeg bijv. niet tegen je medestudent “Jij stuurt jouw delen van het groepswerk altijd te laat door, je haalt de afgesproken deadline nooit.” Maar zeg iets als: “Ik merk dat ik vaak pas heel laat jouw stuk van het groepswerk krijg.”
Voeg daaraan toe welke gevoelens je daarbij hebt en welke gevolgen er zijn: “Daardoor voel ik me opgejaagd, want ik heb dan geen tijd meer om alles goed te bekijken of aan te passen. Het groepswerk is daardoor minder samenhangend en ik heb het gevoel dat we punten laten liggen.”
Expliciteer wat je zou willen veranderen of bedenk zelf gewenste alternatieven. Bijv.: “Is het een idee dat bij het opstellen van een deadline jij ook heel eerlijk kunt aangeven wat voor jou wel en niet haalbaar is? En als je merkt dat het toch niet lukt, dat je dit op tijd aangeeft en al doorstuurt wat je hebt?”
Dit filmpje geeft in een kleine 2 minuten weer wat het 4G-model betekent. Kijk je mee?
Module 4 | Feedback geven
BOSS
Het ezelsbruggetje “BOSS” is handig om meer overkoepelende feedback te geven op bijvoorbeeld schrijftaken van medestudenten. Hierbij volg je volgende stappen:
ordelen
eschrijven
Waarover gaat het en waar heb je het opgemerkt? Een goeie manier voor jezelf om gestructureerd te werk te gaan, is door van groot naar klein te werken: begin met feedback te geven op overkoepelende elementen zoals de structuur van een tekst of de algemene samenwerking met je groepsgenoten, en zoom daarna in op specifieke passages of momenten. Kleine zaken, zoals schrijffouten, komen pas op het einde aan bod.
Bijvoorbeeld: "In dit stuk tekst vind ik de structuur niet zo duidelijk. Ik mis opbouw in de alinea’s en zie dat sommige alinea’s meerdere thema’s bevatten, in plaats van één zoals in de voorbeelden in de lessen besproken werd. Misschien helpt het om eerst schematisch op te stellen welke bouwstenen je wil gebruiken en aan te geven hoe die logisch op elkaar volgen. Je kan dit schema dan gebruiken om je tekst onder te verdelen in alinea’s."
Wat vind je ervan? Gebruik steeds de ik-vorm en wees kritisch, maar vriendelijk.
uggesties
Wat stel je voor als oplossing, aan welke alternatieven denk je? Soms is 'doe zo voort' ook waardevol. Je hoeft niet altijd zelf dé oplossing te geven, je kan ook suggesties geven over hoe iemand het kan aanpakken.
taven
Indien relevant, geef aan waarom je dat vindt. Of iets goed of slecht is, hangt ook af van de criteria waaraan de taak moet voldoen. Om je feedback te onderbouwen, kan je verwijzen naar andere bronnen, bijvoorbeeld wetenschappelijke artikels of zaken die in de lessen aan bod kwamen.
Module 4 | Feedback geven
Versterk je boodschap met deze extra tips
Zoals eerder gezegd: feedback is pas effectief als er iets mee gebeurt, wat je niet altijd zelf in de hand hebt omdat het uiteindelijk de ontvanger is die beslist wat die ermee doet. De manier waarop je je feedback geeft, speelt wel een grote rol in hoe goed je boodschap overkomt.
Niet alleen wát je zegt, telt – ook hóé je het zegt Omdat mondelinge feedback meestal een heen-en-weergesprek is, volstaat het niet om je boodschap respectvol en duidelijk te formuleren, ook actief luisteren en je verhaal (non-)verbaal ondersteunen zijn cruciaal:
- Kies je woorden zorgvuldig. Als je medestudent iets minder goed heeft gedaan, formuleer je feedback dan op een constructieve manier. Zeg bijv. niet “De structuur van deze alinea trekt echt op niets”, maar zeg “De structuur van deze alinea maakt het voor mij moeilijk om de kern van de boodschap te volgen.” Haal inspiratie uit de (evaluatie)criteria van de opdracht.
- Pas op met humor en ironische opmerkingen. Wat vaak goed bedoeld is om het gesprek wat luchtiger te maken, kan bij de ander helemaal anders overkomen.
- Sta ook stil bij de gevoelens die (negatieve) feedback kan oproepen. Benoem wat je ziet, bijvoorbeeld: “Ik zie je fronsen,” of “Ik zie dat je schrikt, klopt dat?”
- Laat af en toe bewust een stilte vallen. Zo geef je de ander de ruimte om te reageren of om even na te denken.
- Wees je ervan bewust dat er misverstanden of onduidelijkheden kunnen ontstaan. Wat voor jou logisch is, kan voor de ander een grote blinde vlek zijn. Fronsen, een vragende blik… zijn voor jou het teken om te vragen of alles duidelijk is en om meer uitleg te geven waar nodig.
Let ook op je houding.
Module 4 | Feedback geven
Versterk je boodschap met deze extra tips
En wat met schriftelijke feedback? Ook wanneer je schriftelijk feedback geeft op papers of taken, zijn er een aantal zaken waarop je kan letten zodat je boodschap goed overkomt:
- Maak gebruik van opmerkingen in een Word-document om uitgebreidere feedback te geven, bijvoorbeeld wanneer je BOSS toepast. Maak duidelijk waarover je het hebt door de opmerking toe te voegen aan precies dat woord of dat stuk tekst waarover het gaat.
- Geef eerlijk aan wanneer je over iets twijfelt. Als je feedback moet geven, wordt er niet van je verwacht dat je oordeelt zoals een ervaren docent. Als je zelf twijfelt of je feedback terecht is, schrijf je opmerking dan in vraagvorm.
- Wees duidelijk, maar hou het kort en krachtig. Een document met vele lange opmerkingen, wordt onoverzichtelijk. Bestaande afkortingen gebruiken mag.
- Blijf zakelijk en neutraal. Wees voorzichtig met uitroeptekens en VERMIJD HOOFDLETTERS. Focus je op constructieve feedback, waarbij je suggesties geeft waarmee de ander aan de slag kan.
- Plaats eventueel een samenvattende opmerking in het begin, zodat de ontvanger bij het openen van je feedback al onmiddellijk een idee heeft van wat die kan verwachten.
- Pas kleine fouten (zoals tik- of spelfouten) aan in de tekst zelf, gebruik daarvoor in Word ‘Wijzigingen bijhouden’/ ‘Track changes’. Gaat het om grotere aanpassingen, gebruik dan liever een opmerking. De ontvanger moet nog steeds de opbouw van diens tekst kunnen volgen. Kleine (terugkomende) fouten kan je ook markeren in een kleur, zodat het duidelijk wordt voor de ontvanger wat die moet aanpassen.
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Je bent stagiair in een biotechbedrijf. Je bent nog niet zo lang aan de slag, maar alles verloopt goed. De klik met je stagementor is ook oké. Op een bepaald moment moet je een staal analyseren, je volgt hierbij de stappen zoals je ze hebt geleerd tijdens de practica in de opleiding. Je merkt echter dat je stagementor het anders aanpakt. Die zegt jou ook: “Je moet dat zo niet doen, je moet dat zo en zo doen.” Je weet niet goed hoe je moet reageren. De practicumbegeleiders hebben echt wel gehamerd op deze procedure, maar je stagementor heeft natuurlijk wel bakken ervaring en die staat in de échte praktijk.
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: PEERFEEDBACK
Je moet in het kader van een vak peerfeedback geven op de paper van een medestudent. De paper gaat over een maatschappelijk thema en bevat zowel een theoretisch kader als een persoonlijke reflectie. Tijdens het lezen merk je dat de inhoud interessant is, maar dat je moeite hebt om de structuur te volgen. Er zitten sterke ideeën in, maar soms komen ze wat rommelig over, en de opbouw van de tekst is niet altijd logisch. Je merkt ook dat enkele termen niet correct gebruikt zijn, en dat er hier en daar spelfouten staan. De feedback moet je indienen via een specifieke online tool, en je mag maximaal 500 woorden gebruiken. Je weet dat je medestudent er veel moeite heeft ingestoken en je wil graag bruikbare, opbouwende feedback geven, maar je hebt maar een beperkte ruimte.
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: GROEPSWERK
Voor een groepswerk werden de groepen willekeurig samengesteld. Je kende je medegroepsleden dus niet goed, maar intussen breng je veel tijd met hen door. Na een tijdje begin je je te storen aan de communicatiestijl van één groepslid: telkens iemand een idee aanbrengt, reageert die persoon nogal bot. De assistenten van het vak lijken dit niet op te merken of zeggen er alleszins niets van, ook al waren ze aanwezig tijdens begeleide intervisiemomenten waarin jij je meermaals ongemakkelijk voelde bij die reacties. Je zou er graag iets van zeggen, maar je twijfelt: als de assistenten niets doen, waarom zou jij het dan wel aankaarten?
Module 4 | Feedback geven
Module 5
Wrap-up
De leerdoelen die je hebt behaald
Het feit dat je deze pagina hebt bereikt betekent dat je dit leerpad over feedback volledig hebt doorlopen - super! Dit is een mooie plek om even samen te vatten wat je allemaal hebt geleerd over feedback. We kunnen hiervoor de leerdoelen gebruiken die we in het begin van het leerpad hadden genoemd:
Na het doorlopen van dit leerpad:
Herken je feedback in allerlei situaties en besef je dat het belangrijk is; Weet je wat het concept feedback inhoudt; Weet je hoe je feedback kunt ontvangen; Ken je concrete manieren om feedback te vragen; Weet je wanneer en hoe je feedback kunt geven.
Module 5 | Wrap-up
Meer informatie
Alhoewel dit leerpad veel informatie bevat, kunnen we ons voorstellen dat je nog vragen hebt of je jezelf nog verder wilt verdiepen over feedback. Bovendien is het niet alle dagen feest als student: soms heb je veel aan je hoofd of is het moeilijk je weg te zoeken. Hieronder vind je een aantal links naar sites en portalen waar je terecht kunt.
Wel in je velWil je zelf aan de slag? Op de Ufora-site van Wel in je vel kan je steeds terecht:
- Blijf op de hoogte van activiteiten rond studeren en welzijn binnen en buiten de UGent
- Bekijk handige tips en materiaal waarmee je zelf aan de slag kan
- Stel (anoniem) vragen aan andere studenten of studentenpsychologen op het discussieforum
Klik op de gele knop om naar de Wel in je vel-site op Ufora te gaan
De Feedbackwijzer De Feedbackwijzer is ontwikkeld voor jou als student om het feedbackbewustzijn te verhogen en jouw actieve rol in het feedbackproces te benadrukken. Een aantal dingen zullen je bekend voor komen, maar er staat ook nieuw info in. Neem gerust eens een kijkje! Je kunt de Feedbackwijzer downloaden door op de gele download-knop te klikken
TrustpuntAls Universiteit Gent willen we respectvol met elkaar omgaan. Grensoverschrijdend gedrag en discriminatie worden niet getolereerd. Word je er mee geconfronteerd? Trustpunt is er voor je. Klik op de gele knop om naar de Trustpunt-site te gaan
Module 5 | Wrap-up
Voorbeeld
“Ik heb het vak niet gesnapt, maar de lesgever was wel een toffe pee.” Als je zoiets invult bij de vakfeedback, dan bedoel je het vast heel goed, maar de persoonlijkheid van de lesgever is niet waar het hier om draait. Vakfeedback is er zodat lesgevers hun onderwijs kunnen bijsturen waar nodig en daarover geef je dan ook het best feedback. Ook in andere scenario’s stel je jezelf best eerst de vraag: “wat zijn de doelen van mijn feedback, waartoe moet mijn feedback leiden, wat zijn de prioriteiten?” Indien je medestudent bijv. een teveel aan spaties heeft in diens tekst, kan je dat opmerken, maar dit zal niet hét grootste punt zijn in je feedback. Tot slot: speel altijd op de bal en nooit op de persoon. Zeg bijvoorbeeld niet aan je medegroepslid: “Je bent lui,” (wat ook al weinig concreet is), maar speel in op veranderbaar gedrag: “Ik merk dat je minder inspanningen levert voor het groepswerk in vergelijking met de rest van ons.”
Oplossing
Waarschijnlijk zit je in deze situatie gewrongen tussen twijfel (wie heeft het nu juist) en beleefdheidsissues (je wil de expertise van je mentor niet ondermijnen). Toch is het belangrijk dat je in deze situatie feedback durft te geven. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat je mentor een handeling al vele jaren op een bepaalde manier uitvoert, maar dat die niet weet dat er een update geweest is van het protocol. Jouw feedback doet er dus toe!
Tip: Eenzelfde gesprek kan je ook voeren met de practicumbegeleiders uit de opleiding: hoe staan zij tegenover de aanpak die je stagementor hanteert? Op die manier heb je beide kanten gehoord en kan je een onderbouwde beslissing maken. Ook hier heb jij de touwtjes in handen!
Soms geef je feedback op één specifiek punt. Je kaart dan een concreet probleem aan waarop je je focust. Maar soms geef je ruimere, meer overkoepelende feedback — bijvoorbeeld over iemands functioneren of een afgeronde taak of prestatie. In zulke gevallen is het belangrijk om niet alleen verbeterpunten te benoemen, maar ook sterke punten. Soms omdat het werk duidelijk onder de verwachtingen blijft, waardoor alle aandacht naar de fouten gaat. En soms net omdat het werk heel goed is: dan focussen we op kleine details die nog beter kunnen, en vergeten we te zeggen dat het geheel eigenlijk al sterk is. In beide gevallen kan feedback zo negatiever overkomen dan bedoeld. Door ook te benoemen wat goed gaat, help je de ontvanger om open te staan voor je feedback (want herinner je uit module 2: feedback krijgen is niet altijd makkelijk) en zorg je ervoor dat die iets heeft om op verder te bouwen.
Zoek oogcontact, zo kan je peilen of je boodschap aankomt, maar hou het natuurlijk en afwisselend, staren is ongemakkelijk.
Door weg te kijken of naar de grond te kijken kan je een onzekere of ongeïnteresseerde indruk geven.
Gekruiste armen geven de indruk dat je niet open staat voor wat de ander zegt.
Probeer te glimlachen.
Boze of twijfelende blikken kunnen de ander onzeker maken.
Gebruik kleine aanmoedigingen om te laten merken dat je luistert (knikjes of “mmm”).
Met je ogen rollen, nee knikken, een afkeurende “uhu”, je doet het soms onbewust, maar probeer dit te vermijden want het zijn dooddoeners voor een open dialoog.
Neem een open, actieve houding aan: leun lichtjes voorover en richt je schouders naar de ander.
Wat?
Begin met kritisch naar je eigen werk of gedrag te kijken en dat te vergelijken met wat er van je verwacht wordt/werd. Kijk bijvoorbeeld naar de doelstellingen van de opdracht, wat er in de les aan bod kwam, of wat je terugvindt in het handboek. Zo kan je expliciete aandachtspunten formuleren. Denk ook na over je aanpak: was dit echt de beste manier, waren er alternatieven, wat heb je nodig om het beter te doen? Zo ben je beter voorbereid op de feedback die je wil krijgen.
AAN WIE?
Eigenlijk heb je net al feedback aan jezelf gevraagd (zie "WAT?"). Dat klinkt misschien wat stom, maar je eigen handeling of eindproduct in vraag stellen is een belangrijk onderdeel van feedback.
Een iets grotere drempel is feedback vragen aan je medestudent. Die heeft hoogstwaarschijnlijk dezelfde taak, dus weet - hopelijk - perfect wat er verwacht wordt. Ook een chatbot kan je op een bepaalde manier beschouwen als een medestudent. Vraag feedback aan bijv. ChatGPT, maar weet dat je in gratis versies van de tools je geüploade documenten definitief afstaat. Doe dat dus nooit met vertrouwelijke data of met cursusmateriaal van lesgevers zonder toestemming. Wees je er ook van bewust dat deze tools niet altijd de waarheid spreken. Vertrouw dus niet blindelings op hun feedback, maar neem het als startpunt om kritischer naar je eigen taak te kijken.
Medestudenten (en chatbots)
Jezelf
De grootste drempel, maar daarom geen onmogelijke stap, is waarschijnlijk feedback vragen aan de lesgever zelf. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want die heeft niet altijd tijd voor jou. Ga altijd eerst na of er bepaalde gewoontes of richtlijnen zijn voor het vak waarvoor jij feedback wil vragen. Is de lesgever aanspreekbaar voor of na de les, tijdens een pauze? Heeft de lesgever een open spreekuur of maak je het best een afspraak? Is er een (anoniem) discussieforum op Ufora, een chat of kanaal in MS Teams? Werden al specifieke feedbackmomenten vastgelegd? Of kan je gewoon een e-mail sturen? Zijn er niet onmiddellijk specifieke richtlijnen, vraag dan iemand in de directe omgeving – bijv. een assistent – of de lesgever bereid zou zijn om feedback te geven en op welke manier je die het best contacteert. En misschien kan de assistent zelf je ook verder helpen.
Iets meer drempelvrees ervaar je misschien bij het monitoraat. Totaal onterechte drempelvrees, want dat is er net om je te helpen, zeker als het gaat over feed-up: hoe pak je het best bepaalde vakken en taken aan? Sowieso is er hulp voor eerstejaarsstudenten, maar je kan ook feedback krijgen bij bepaalde vakken na BA1. Ga na of dat bij jouw monitoraat het geval is.
Lesgever
Monitoraat
Oplossing
Je raadde het misschien al, maar hier waren alle drie de opties goeie alternatieven.
Als de lesgever het gebruik van generatieve AI niet expliciet heeft verboden, kunnen zulke tools zeker een nuttige bron van feedback zijn. Ze zijn vooral geschikt voor een eerste scan en generieke feedback: zijn er schrijffouten, heb ik iets over het hoofd gezien uit de instructies, is mijn tekst vlot leesbaar, enzovoort. Voor inhoudelijke of diepgaandere vragen zijn ze minder geschikt, omdat AI de context van het vak of de opdracht niet kent zoals de lesgever of begeleiders dat wel doen.
In dat geval probeer je dus best iemand van het onderwijsteam te bereiken. Dat hoeft niet per se door rechtstreeks naar de verantwoordelijk lesgever te stappen. Je kan dit wel proberen door de open vraag te stellen: “Ik zit met de volgende vraag… Is er een moment waarop u me hierover wat meer uitleg kan geven?” Weet dat de kans bestaat dat de verantwoordelijk lesgever zal aangeven dat die daar geen tijd voor heeft. Kijk daarom ook naar andere mogelijke kanalen: is er een onderwijsbegeleider of assistent die je kan aanspreken? Zijn er spreekuren, een discussieforum op Ufora, of geplande feedbackmomenten binnen het vak? Maak daar zeker gebruik van.
Waar?
De plaats waar je feedback kan vragen wordt meestal bepaald door de feedbackgever zelf, of het nu gewoon in het leslokaal is na de les of op het discussieforum in Ufora. Weet echter dat je bij een gesprek perfect kan vragen om even in een andere ruimte met elkaar te spreken, als je bijv. liever iets onder vier ogen bespreekt.
Tot slot nog even dit: gaat het om iets dat niet oké is – zoals discriminatie, pesterijen of verbale of fysieke agressie – dan valt dit niet onder “feedback geven”. In dat geval spreken we van grensoverschrijdend gedrag. Voel je je comfortabel genoeg, dan kan je als eerste stap de pleger aanspreken. Maar weet dat je hier niet alleen voor staat: Trustpunt is er om naar je te luisteren, je advies te geven over mogelijke vervolgstappen en je daarin te begeleiden. Je vindt meer informatie over Trustpunt via het studentenportaal.
Aan de slag!
Stel concrete actiepunten op voor jezelf: wat wil je verbeteren en in welke situaties kan je daaraan werken? Actiepunten kunnen zich op drie niveaus situeren: product, handeling, en gedrag.
- Waren er specifieke aandachtspunten voor een afgeleverd product, bijv. een werkstuk waarvan je een bepaald onderdeel niet voldoende had uitgewerkt? Weet je hoe je dat gaat aanpakken?
- Denk aan specifieke stappen in een bepaalde handeling, bijvoorbeeld een preparaat bereiden, een presentatie geven, of een cliënt onthalen. Welke stap(pen) is/zijn voor verbetering vatbaar en waar zie je oefenmogelijkheden?
- Of kan je je gedrag aanpassen? Kan je er bijv. op letten om op tijd te komen? Welke tips en tricks kan je voor jezelf bedenken om hieraan te werken?
Schrijf deze actiepunten op — je geheugen is niet feilloos.
Als dat mogelijk is, kan je ook laten weten aan je feedbackgever wat je ervan gemaakt hebt: “Ik heb nog eens nagedacht over ons feedbackgesprek en prioriteit nummer 1 voor mij is X en dat ga ik zo proberen verbeteren.” Blijf je het oneens met de feedbackgever? Ga terug naar stap 2 en ga in gesprek over waarom jij er anders over denkt.
Oplossing
Laat je niet afschrikken door een beperkt aantal woorden, maar vermijd dan net het geven van kleine, losse details. Een beperkte ruimte dwingt je om te kiezen: wat is het belangrijkste om mee te geven? Kies één of twee kernpunten, en formuleer die helder en opbouwend, bijvoorbeeld a.d.h.v. het ezelsbruggetje BOSS: beschrijven, oordelen, staven, suggesties. Zo blijft je feedback niet alleen to the point, maar ook vriendelijk, constructief en "verteerbaar" voor de ontvanger. En dat is precies wat goede feedback doet: aanzetten tot bijsturing, zonder te ontmoedigen.
Wees vriendelijk
Goeie feedback op een goeie manier geven is niet evident. Misschien twijfelt je feedbackgever ook of die het nu goed aangepakt heeft of niet. Laat daarom weten dat je blij bent dat die eventjes de tijd voor jou genomen heeft: “Bedankt voor je tijd, ik ga eens bekijken hoe ik ermee aan de slag kan.” Daarmee toon je dat je met de feedback actief aan de slag gaat, wat niet per se gelijk is aan alles klakkeloos overnemen. Zo zet je ook de deur open voor vervolggesprekken.
Oplossing
Je zal misschien niet met alle feedback die je ontvangt akkoord gaan. En dat is oké. Maar weet je zeker dat je je begeleider goed begrepen hebt? Durf gerust doorvragen: “Ik snap dit werkpunt niet echt. Ik werk liever eerst in het klad om daarna alles foutloos over te nemen. Dat lijkt me netter dan telkens te moeten doorstrepen en opnieuw te beginnen. Is dat geen goeie manier van werken?” Probeer daarna samen specifieke oplossingen op te stellen. Oplossingen waarbij ook jij je comfortabel voelt en die haalbaar voor jou zijn. Heb je doorgevraagd en ben je het nog steeds niet eens? Laat je begeleider dit dan op een beleefde manier weten.
Oplossing
Het is duidelijk dat je deze feedback niet verwacht had. Probeer toch een nieuwsgierige houding aan te nemen. Waar botst de visie van je groepsleden met de jouwe? Moet je je eigen opvattingen misschien bijsturen? Heb je alles wel goed begrepen? Vraag dus meer uitleg.
Luister om te begrijpen
Ben je (terug) zen? Super! Probeer nu de boodschap goed te begrijpen. Ga voor jezelf na of er iets botst met wat je zelf dacht. Vraag de feedbackgever om extra uitleg en specifieke voorbeelden indien nodig. Klap je toe of reageer je gepikeerd? Dat is heel normaal! Iedereen heeft een beeld van zichzelf, met sterktes en zwaktes. Als de feedback die je krijgt daar niet mee overeenkomt, dan is er een intern conflict. Je zal dit conflict willen oplossen door de feedback te negeren, als irrelevant te beschouwen of te klasseren als “onwaar”. Probeer die defensieve reactie te vermijden. Het kán zijn dat 90% van de feedback die je krijgt irrelevant of onjuist is, maar een defensieve reactie zorgt ervoor dat je ook niet luistert naar die 10% die je wel kan doen groeien! Vraag meer uitleg om je interne conflict op te lossen: “Je vertelt me dat ik aspect X nog moet verbeteren, maar ik dacht net dat ik daarin goed bezig was omdat… Kan je een specifieke situatie beschrijven waarin jij vond dat aspect X beter kon?”
Oplossing
Twijfel niet om in de situatie zelf feedback te geven. Ja, je zou er eerst iets van kunnen zeggen tegen de assistenten of overleggen met medegroepsleden, maar het is jouw feedback, dus niemand kan beter uitleggen wat je bedoelt dan jijzelf. En oefening baart kunst! Bovendien kan je niet weten waarom de assistenten er niets van zeggen. Misschien hebben ze die student al aangesproken, maar had dat weinig effect.
Oplossing
Geen gemakkelijke situatie: je krijgt een stortvloed aan negatieve feedback, terwijl je dit niet had verwacht. Hoe pak je dit aan?
Het begint al bij het moment dat je stagementor vraagt of je twee minuten tijd hebt voor een feedbackgesprek. Als je je dan al gespannen voelt, kan je twee dingen doen. De knop omdraaien en ervoor gaan, of vragen om erover te praten op een ander moment: “Graag, maar kan het ook op een ander moment? Ik voel me wat gestrest en denk dat ik beter ga kunnen luisteren als ik wat rustiger ben.”
Het kan natuurlijk ook dat je je wel goed voelt en dat de krop in de keel pas komt tijdens het gesprek. Als je voelt bij jezelf dat de emoties heel hoog oplopen, dan is de kans dat je je innerlijke rust terugvindt op dat moment klein. Vraag dus een korte pauze en probeer terug te denken aan stap 1: feedback helpt je om te groeien en jij hebt steeds de touwtjes in handen om te beslissen wat je ermee doet. Hervat daarna het gesprek en wees niet bang om extra uitleg te vragen als er zaken zijn die je niet snapt.
Feedback is vooral effectief als… er iets mee gedaan wordt! Als feedbackgever kan je een aantal zaken doen om het “ene oor in, andere oor uit”-scenario te vermijden. Vraag bijvoorbeeld op het einde van een gesprek of alles duidelijk was en overloop nog eens samen de eventuele actiepunten die jullie hebben opgesteld. Ook schriftelijk kan je eindigen met een samenvattende vraag à la: “Zie je het zitten om met X aan de slag te gaan? Laat gerust weten als ik nog iets kan verduidelijken.” Op deze manier vermijd je misverstanden en is de toon om actie te ondernemen gezet.
Beoordeel en beslis
Met je feedback aan de slag gaan is de boodschap. Weeg daarom af welke zaken je wil meenemen en welke niet. Denk hier goed over na, probeer je eigen emotionele reacties te herkennen en om te buigen naar iets positiefs.
Oplossing
Dit is duidelijk niet het resultaat waarop je gehoopt had en het is normaal dat je teleurgesteld bent. Probeer echter niet te veel in die teleurstelling te blijven hangen: het resultaat is wat het is en net door naar concrete actiepunten te vragen kan je je blik weer richten op de toekomst. Een toekomst waarin je het beter doet! Onthoud dat je lesgever ook gewoon een mens is, bedank die dus eventjes voor diens tijd. En besef dat een fout maken bij het optellen van je score kan, maar dat de lesgever niet de bedoeling heeft om jou te pesten of te viseren. Een lesgever moet steeds afwegen of jij de competenties van het vak voldoende beheerst en dat is niet altijd eenvoudig.
Wist je dat je aan de UGent recht hebt op vaste feedbackperiodes? Die staan vast in de academische kalender en vallen in de week na de bekendmaking van je punten.
In module 2 kwam al aan bod dat het niet altijd fijn is om feedback te krijgen. Let er daarom op dat er altijd ruimte is om tot concrete oplossingen te komen wanneer je feedback geeft. Jij kan een paar mogelijke oplossingen aanreiken, maar je kan ook samen met de ontvanger nadenken door vragen te stellen zoals: “Wat vond je ervan? Hoe denk jij erover? Welke oplossingen had jij voor ogen?”
Oplossing
Opnieuw is de voorbereiding de sleutel. Als je naar je begeleider stapt met de vraag: “Kan je het nog eens uitleggen,” komt dat misschien niet zo goed over. Als je echter eerst het feedbackgesprek hebt geanalyseerd en zo tot specifieke vragen bent gekomen, dan klinkt dat al helemaal anders: “Ik heb nog eens nagedacht over ons gesprek, met x en y ben ik al helemaal mee, maar over z twijfel ik nog. Kan je dat nog wat verduidelijken?” Met een dergelijke vraag komt het niet over alsof je niet geluisterd hebt. Integendeel, je bewijst dat je geïnteresseerd bent en met de inhoud verder aan de slag wil gaan!
Soms heb je zelf weinig invloed op wanneer je precies feedback moet geven. Denk aan bevragingen die je worden toegestuurd of peerfeedbackopdrachten waarbij de lesgever op voorhand de timing bepaalt. Beslis jij wel over de timing? Besef dan dat feedback het meest effectief is wanneer het tussentijds wordt gegeven, wanneer de persoon nog iets kan veranderen of bijsturen. Je medegroepslid na het groepswerk erop attent maken dat je vond dat die te dominant was op jullie overleggen, is zeker nuttig voor een volgend groepswerk. Maar dit tijdens jullie groepswerk doen is natuurlijk nog veel beter, dan is het voor jullie beiden een win. Bovendien spaart het waarschijnlijk een hele hoop frustratie uit.
Zoek oogcontact, zo kan je peilen of je boodschap aankomt, maar hou het natuurlijk en afwisselend, staren is ongemakkelijk.
Door weg te kijken of naar de grond te kijken kan je een onzekere of ongeïnteresseerde indruk geven.
Gekruiste armen geven de indruk dat je niet open staat voor wat de ander zegt.
Probeer te glimlachen.
Boze of twijfelende blikken kunnen de ander onzeker maken.
Gebruik kleine aanmoedigingen om te laten merken dat je luistert (knikjes of “mmm”).
Met je ogen rollen, nee knikken, een afkeurende “uhu”, je doet het soms onbewust, maar probeer dit te vermijden want het zijn dooddoeners voor een open dialoog.
Neem een open, actieve houding aan: leun lichtjes voorover en richt je schouders naar de ander.
Oplossing
Ook hier kan voorbereiding je helpen. Door op voorhand na te denken waarover je het zeker wil hebben, kan je het gesprek terugleiden naar jou. Merk op dat je met dit soort vragen ook een geïnteresseerde houding toont: je bevestigt wat de lesgever zegt en stelt extra bijvragen. Zit er veel tijd tussen het examen en het feedbackmoment en kan je je daardoor moeilijk herinneren wat de vragen precies waren en wat je hebt geantwoord? Vraag dan beleefd aan het begin van het gesprek of je je examen eerst nog eens mag doorbladeren zodat het weer “fris in je hoofd zit”.
Oplossing
Denk tijdens je voorbereiding goed na over wat je precies wil bespreken, waarover je graag feedback wil. De vraag: “Ik heb enkele specifieke vragen die ik met je zou willen bespreken, heb je eventjes tijd?” is minder overweldigend voor een stagementor dan de vraag: “Kan je me feedback geven?” Ook het wanneer-aspect is belangrijk. Weet jij dat je stagementor op het einde van de dag altijd heel erg gehaast is om naar huis te gaan? Of is je stagementor altijd erg gefrustreerd na het bedienen van die ene patiënt? Kies dan een ander moment. Heeft je stagementor een agenda of is er een weekrooster beschikbaar, kijk daar dan eventjes naar en plan een moment in. Dacht je een rustig moment gevonden te hebben, maar heb je nog steeds geen succes? Vraag dan proactief een nieuw moment.
Herkenbaar? Een compliment krijgen is leuk, maar wat heb je dan precies “fantastisch gedaan”, wat was er net goed aan je taak? Of omgekeerd, met de boodschap “volgende keer beter” ben je bitter weinig. Let er daarom op dat je feedback concreet is als je aan de slag gaat met feedback geven. Vermijd vage of te algemene opmerkingen. Zeg bijvoorbeeld niet tijdens de les: “U gaat te snel”, maar specifieer waar voor jou de moeilijkheden liggen: “In deel X kon ik de overgang van a naar b niet volgen.”
Haal even adem en denk aan de voordelen van feedback
Merk je dat je zenuwachtig wordt als je feedback ontvangt? Probeer je innerlijke zen te vinden door te beseffen dat feedback je helpt groeien en dat jij beslist wat je ermee doet en hoe je dat zal doen. Lukt het je niet om rustig te worden? Probeer dan volgende zin: “Bedankt voor je feedback. Ik moet het eventjes laten bezinken. Kunnen we 10 minuutjes pauzeren?" Uiteraard zal dit niet in elke context mogelijk zijn. In een één-op-één-gesprek of tijdens een coachingsmoment kan het meestal wel, omdat er ruimte is om de interactie te pauzeren. In een drukke les, of bij een feedbackmoment in groep is het minder realistisch om meteen een pauze in te lassen. In die context kan je in plaats daarvan voor jezelf noteren wat er gezegd wordt en er later op terugkomen, bijvoorbeeld door na het gesprek nog een korte mail te sturen met je bedenkingen of vragen.
Feedback tijdens je studies
DOWA Genially2
Created on June 17, 2025
Start designing with a free template
Discover more than 1500 professional designs like these:
View
Essential Learning Unit
View
Akihabara Learning Unit
View
Genial learning unit
View
History Learning Unit
View
Primary Unit Plan
View
Vibrant Learning Unit
View
Art learning unit
Explore all templates
Transcript
Feedback tijdens je studies
Hoe je als student écht beter wordt.
Klik op het gele pijltje om verder te gaan!
Feedback?
Welkom!
Feedback… da’s gewoon commentaar van je prof, toch? Of misschien denk je bij feedback spontaan aan opmerkingen op je paper, punten op een opdracht of commentaar tijdens een presentatie. Maar eigenlijk krijg je veel meer feedback dan je denkt – en veel vaker. In de les (zelfs in grote groepen), tijdens practica, op je stage, bij je bachelor- of masterproef. Soms van je docent, soms van medestudenten. En vaak ook… van jezelf. Feedback is overal. De ene keer is het overduidelijk, de andere keer moet je er bewust naar op zoek. Soms kijk je terug naar wat je deed, soms kijk je vooruit naar hoe je iets beter kunt aanpakken, en soms ben je gewoon onderweg – aan het leren, aan het groeien. Dat is de kern van feedback: het helpt je om te leren, stap voor stap. Het is dus geen eindpunt, maar een continu proces. Dit leerpad helpt je daarbij. Hoe beter je leert om feedback te herkennen (module 1), te krijgen (module 2), erom te vragen (module 3) én te geven (module 4), hoe meer je eruit kunt halen . Het leerpad doorlopen duurt ongeveer 45 minuten.
Na het doorlopen van dit leerpad:
Herken je feedback in allerlei situaties en besef je dat het belangrijk is; Weet je wat het concept feedback inhoudt; Weet je hoe je feedback kunt krijgen; Ken je concrete manieren om feedback te vragen; Weet je wanneer en hoe je feedback kunt geven.
Module 1
Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 1/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 2/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 3/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 4/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 5/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
Ga naar het einde van de vragenreeks voor extra uitleg.
Weet jij wanneer je feedback krijgt? Beoordeel deze 6 situaties en duid aan of het volgens jou om feedback gaat of niet. Je krijgt bij elke vraag onmiddellijk het juiste antwoord te zien. Aan het eind van de vragenreeks krijg je meer uitleg.
Situatie 6/6
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
De resultaten
Het lag er vingerdik op: in 5 van de 6 situaties komt feedback duidelijk aan bod. In de meeste situaties krijg je inzicht in waar je op dat moment staat (wat gaat goed? wat gaat fout?). Dat is wat we intuïtief verstaan onder feedback. Tegelijkertijd krijg je in die casussen concrete tips over de volgende stap: hoe en wat kan je veranderen om te verbeteren, om je doel te bereiken? We spreken dan over feedforward. Situatie 3 (de lesgever overloopt mogelijke examenvragen) herkende je misschien niet onmiddellijk als een feedbackmoment aangezien je daar zelf niets doet. Hier geeft de lesgever informatie over het verwachte niveau of doel: waar moet jij naartoe? Die informatie heet feed-up. Feed-up, feedback en feed-forward lopen in de realiteit vaak door elkaar. Daarom gebruiken we overkoepelende term feedback voor alle drie.
Module 1 | Wat is feedback?
Doe de test!
De resultaten
De casussen tonen ook aan dat feed-up, feedback en feedforward uit verschillende hoeken kunnen komen. Andere mensen zijn de meest voor de hand liggende feedbackgevers, maar je kan ook zelf op zoek gaan in boeken, video’s… of zelfs generatieve AI gebruiken! En wat met situatie 4? Deze casus lijkt een schoolvoorbeeld van een feedbackmoment, maar eigenlijk gebeurt er iets anders: de student komt niet om te begrijpen wat fout liep of hoe die het beter kan aanpakken, maar vooral om over punten te onderhandelen. Er is geen focus op leren of groei, de focus ligt op een beter punt krijgen.
Module 1 | Wat is feedback?
Goede feedback is iets anders dan kritiek.
Niet alle feedback is even effectief!
Besef dat niet alle feedback je vooruit helpt. Soms krijg je een tekst terug, waar je lesgever stukken zelf herschreven heeft, met het enige verzoek om de aanpassingen gewoon te accepteren — daar leer je niets van. Sterker nog: het kan ervoor zorgen dat je het gevoel krijgt dat je het zelf niet meer kan, een soort aangeleerde hulpeloosheid. En wat als een medestudent vooral commentaar geeft op wie jij bent als persoon, in plaats van op je werk of leerproces? Dan gaat het niet meer over feedback, maar over persoonlijke kritiek. Dat helpt je niet vooruit.
Goede feedback is concreet, komt liefst tussentijds, focust op wat je kunt veranderen, en geeft je inzicht in waar je staat én hoe je verder kunt. Goede feedback benoemt niet alleen wat beter kan, maar ook wat al goed gaat. Goede feedback is eigenlijk een cadeau. Soms onverwacht, soms verpakt in een uitdaging, maar altijd bedoeld om je verder te helpen.
Module 1 | Wat is feedback?
Module 2
Feedback krijgen
Vroeg of laat zal je dus feedback krijgen, maar hoe ga je daar nu op een constructieve manier mee om, zodat je er echt uit leert en mee verder kan? In deze module geven we je een aantal tips.
Module 2 | Feedback krijgen
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Haal meer uit (geplande) feedbackmomenten
Wanneer er een feedbackmoment vastligt (een tussentijds gesprek met je masterproefbegeleider, het feedbackmoment na de examens…), kan je verschillende dingen doen om dit moment optimaal te benutten. Denk eens terug aan zo’n moment. Duid hierna aan welke stappen jij zette VOOR, TIJDENS en NA dit gesprek. Zijn er zaken die je toen niet hebt gedaan, maar die wel interessant zouden zijn om te doen in de toekomst?
Soms krijg je ook schriftelijke, mondelinge of automatische feedback waarbij je niet in interactie gaat met je lesgever, begeleider, mentor of promotor. Bekijk in dit geval enkel de NA- stappen op de volgende pagina.
Module 2 | Feedback krijgen
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Wil je deze wijzer gebruiken voor een volgend feedback-moment? Download hem hier.
Module 2 | Feedback krijgen
Emoties bij het krijgen van feedback
Module 2 | Feedback krijgen
Keep calm and process the feedback
Herinner je je een moment waarop je negatieve of moeilijke feedback kreeg? Niet gemakkelijk, toch? Misschien voelde je frustratie, boosheid of teleurstelling. Maar ook trots en blijdschap kunnen een rol spelen. Al die gevoelens horen bij feedback – en dat is niet alleen normaal, maar ook waardevol. Emoties maken feedback krachtig. Ontdek in dit filmpje hoe die emoties niet de overhand gaan nemen of lees het stappenplan op de volgende pagina.
Module 2 | Feedback krijgen
Het filmpje toont het volgende stappenplan:
(klik op de items voor meer informatie!)
Wees vriendelijk
Luister om te begrijpen
Haal even adem en denk aan de voordelen van feedback
Beoordeel en beslis
Aan de slag!
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Je stageplaats bevalt je wel: er is een toffe sfeer onder de collega’s, je hebt een goeie klik met je mentor en je hebt je draai gevonden in je takenpakket. Na twee weken stage vraagt je mentor je of je twee minuutjes tijd hebt. Jullie gaan apart zitten en je stagementor begint te vertellen dat die absoluut niet te tevreden is omdat je nonchalant bent, geen professionele indruk maakt en niet proactief taken opneemt. Wow, dat had je niet verwacht! Je staat met je mond vol tanden en hoe langer de mentor aan het woord is, hoe groter de krop in je keel wordt. Je wil je emoties niet tonen, maar dat is lastig. Je focussen op wat de mentor aan het zeggen is, lukt al helemaal niet meer.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: GROEPSWERK
Jullie groepswerk is bijna af en je hebt het gevoel dat je goed hebt bijgedragen. Je hebt deadlines gerespecteerd, actief meegedacht en je taken goed uitgevoerd. Tijdens een feedbackronde met je groepsleden verloopt het gesprek eerst vlot, maar dan krijg je onverwachte kritiek. Wat jij als sterke bijdragen zag, wordt in vraag gesteld, terwijl de complimenten die je krijgt vooral over kleine dingen lijken te gaan. Je voelt je onbegrepen en begint je te ergeren, maar je wil het gesprek toch constructief houden.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: PRACTICUM
Tijdens een practicum komt de begeleider bij jou staan. Die vertelt je dat je goed bezig bent, maar dat je sneller moet leren werken en dat je je verslag te slordig aan het invullen bent. Je maakt echter je verslag steeds eerst in potlood, net om het daarna netjes in pen te kunnen zetten, maar dat weet je begeleider niet. Je beseft wel dat je te traag aan het werken bent. De feedback voelt niet helemaal goed.
Module 2 | Feedback krijgen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 4: NA DE EXAMENS
Je hebt net je examenresultaat gekregen en bent teleurgesteld: een 9/20. Je had het gevoel dat het examen goed ging en dat je duidelijke antwoorden gaf. Tijdens het feedbackmoment legt de docent uit dat je antwoorden inhoudelijk vaak te oppervlakkig waren en dat je enkele kernbegrippen fout gebruikte. Je voelt je onbegrepen, want je had écht het gevoel dat je het begreep. Je overweegt om toch te vragen of je geen puntje extra kan krijgen, maar je twijfelt of dat wel zinvol is.
Module 2 | Feedback krijgen
Module 3
Feedback vragen
Feedback doet je groeien. Maar wat als je geen feedback krijgt? Hoe en waar moet je die dan vinden? En kan je die zomaar vragen aan je lesgever?
Module 3 | Feedback vragen
BEREID JE GOED VOOR
Feedback vragen, vraagt voorbereiding. De volgende drie vragen kunnen je daarbij helpen
WAT?
WAAR?
AAN WIE?
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Kies er ook dan 1 concreet punt uit en bekijk hoe je je feedbackvraag in deelvragen kan formuleren. Zeg dus bv. NIET “Kan je me zeggen hoe ik deze taak moet aanpakken?”, maar zeg bv. WEL “Ik weet dat ik een vergelijking tussen auteur x en auteur y moest maken. Ik heb de gelijkenissen en tegenstrijdigheden al in kaart gebracht, en ik weet dat ik die nu gebundeld moet weergeven. Ik zou dat zus en zo aanpakken. Is dat een goede aanpak?”
Wil je feedback op iets waar je nog aan moet beginnen?
Wil je feedback op iets wat je al gedaan hebt?
Beslis dan eerst waar je feedback op wil krijgen, en vraag naar 1 specifiek verbeterpunt. Bijv. “Ik kreeg deze bron niet verwerkt in deze alinea waardoor ik die nu apart heb gezet. Ik weet dat die er echt wel bijhoort. Hoe kan ik dat verbeteren?” Als het antwoord vaag blijft, vraag dan door totdat je exact weet hoe je het de volgende keer anders of beter kan doen: “Kan je dat nog iets concreter maken…?" Of “Kan je een voorbeeld geven…”.
Vermijd de feedbackgever te overvallen met de weinig concrete vraag “Kan je me feedback geven?” De kans is groot dat je helemaal niets krijgt, of net een waslijst van verbeterpunten. Je hebt dus duidelijke, afgebakende feedbackvragen nodig.
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Aarzel niet om spontaan extra vragen te stellen. Hoewel je het best vragen voorbereidt (check tip 1 op de vorige slide), kan het zijn dat je tijdens het gesprek nog nieuwe vragen bedenkt. Ook die kan je stellen. Interpreteer de reactie van de feedbackgever. Als die geen tijd of zin heeft om feedback te geven, zal die dat hopelijk zeggen. Maar er kunnen ook enkel non-verbale signalen zijn, bijv. een frons, een wegdraaiend lichaam, enz. Benoem dan je interpretatie van wat je ziet, bv. “Het is precies geen ideaal moment om mijn vragen te stellen? Is er een ander moment dat beter zou passen?” Neem iets mee om te schrijven, pen en papier of je laptop, en maak notities tijdens het gesprek. Dat getuigt van interesse, vertraagt het gesprek op een goede manier, en geeft ruimte om door te vragen of samen te vatten: “Je noemde drie punten, ik heb er twee genoteerd, wat was het derde? Mag ik even samenvatten? Bedoel je dan…?” Let ook op je houding:
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Ga je voor een mondeling gesprek? Zorg er dan voor dat je de juiste (non-)verbale signalen geeft. Een te directe aanpak kan namelijk arrogant overkomen, met een te passieve aanpak zal je geen (gewenste) antwoorden krijgen. Zoek dus een evenwicht.
Module 3 | Feedback vragen
WAAG DE SPRONG
Nu je voorbereid bent, is het tijd om effectief je vragen te stellen. Ook hier zullen er emoties (zie module 2) komen bovendrijven: niet iedereen voelt zich even zeker om een vraag te stellen. Deze tips zetten je op weg.
Schrijf je je vraag liever neer in een e-mail of via een ander digitaal platform? Zorg er dan voor dat je vraag concreet en bondig is, je je taal verzorgt en je op je schrijfstijl let. Specifiek voor een e-mail moet je de regels van de UGent-e-mailetiquette respecteren.
* Opgelet, niet elke lesgever gebruikt e-mail als communicatiekanaal. Sommigen verkiezen een (anoniem) discussieforum op Ufora, een chat of kanaal in MS Teams, of werken met specifieke feedbackmomenten.
Module 3 | Feedback vragen
Hoe bereid je je voor op het vragen van feedback?
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Tijdens je stage merk je dat je veel zelf mag beslissen. Dat vind je op zich wel tof, en je probeert je taken dan ook zo goed mogelijk uit te voeren. Soms ben je echter wat onzeker. “Doe ik het wel goed? Is mijn mentor wel tevreden over mij?” Op het einde van een stagedag schraap je al je moed bijeen en vraag je aan je mentor of die je wat feedback zou kunnen geven. Die antwoordt op een gehaaste toon: “Nu geen tijd voor.” en verdwijnt uit het zicht.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: GROEPSWERK
Halfweg je masterproef heb je met je begeleider een uitgebreid tussentijds feedbackgesprek. Op zich ging het gesprek goed, maar je voelde je wel wat overweldigd. Feedback ontvangen is tenslotte niet altijd even evident. Op het einde van het gesprek vroeg je begeleider je of je met de feedback aan de slag kon. Je hebt je stappenplan doornomen (zie module 2) en antwoordde ja. Twee dagen later merk je echter dat het toch moeilijk is om de puzzelstukjes bij elkaar te leggen. Wat nu? Je wil de begeleider niet nog eens lastigvallen voor een gesprek, die persoon heeft het al zo druk, en jij had tenslotte gezegd dat het allemaal oké was.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: NA DE EXAMENS
Je hebt het gevoel dat je examen goed gegaan is, maar haalt slechts een 11 op 20. Je snapt het niet en gaat naar het ingeplande feedbackmoment na de examens. Het begin loopt goed, maar na 5 minuten merk je dat de lesgever erg aan het uitweiden is over 1 antwoord op 1 vraag. Op den duur gaat het gesprek eigenlijk niet meer over jouw examen alleen, maar over alle verschillende antwoorden die werden gegeven. De lesgever is heel enthousiast en je wil niet onderbreken, dat is onbeleefd. Maar ondertussen tikt de tijd wel verder en de volgende student staat al aan de deur.
Module 3 | Feedback vragen
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 4: GROTE GROEP
Je volgt les in een groep met 500 studenten. De eindscore voor het vak wordt grotendeels bepaald door het examen, maar er is ook een werkstuk dat op punten staat. Jij bent er al aan begonnen, maar twijfelt heel erg of je wel goed bezig bent.
Module 3 | Feedback vragen
Module 4
Feedback geven
Geef jij ooit feedback? Aan wie? En hoe? Over wat geef je zoal feedback?
Module 4 | Feedback geven
Dat feedback waardevol is, daarvan ben je hopelijk al overtuigd. Maar wist je dat jij zelf óók een bron van waardevolle feedback bent? Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen: je medestudenten, je stagementor, zelfs voor je lesgever en je opleiding. Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Feedback geven vanuit jouw positie kan best vreemd aanvoelen. Misschien twijfel je omdat je zelf nog volop aan het leren bent: “Wat weet ik er nu eigenlijk van?” Of denk je: “Gaat mijn stagementor of lesgever dat wel appreciëren?”
Ook jouw feedback is waardevol!
Herkenbaar? Je bent zeker niet de enige. En toch: net omdat je zelf midden in het leerproces zit, zie jij soms dingen die anderen over het hoofd zien. Jij hebt een unieke kijk, en die kan verrassend waardevol zijn. Daarom wordt er ook verschillende keren expliciet gevraagd naar jouw feedback tijdens je opleiding: peerfeedback bij taken, vakfeedback aan het einde van elk semester, opleidingsfeedback aan het einde van elke opleiding (bachelor én master), masterproefbevraging… Deze feedback is heel waardevol en zorgt er effectief voor dat er concrete aanpassingen gebeuren. Tot slot is de vaardigheid om goeie feedback te geven aan anderen, een belangrijke skill die je later in het werkveld ook hard nodig zal hebben. Tijdens je professionele loopbaan zal je geregeld feedback moeten geven aan collega’s, teamleden of stagiairs. Je opleiding is een uitgelezen kans om dat te oefenen: je krijgt er situaties, opdrachten en samenwerkingen voorgeschoteld waarin je deze vaardigheid kan ontwikkelen.
Module 4 | Feedback geven
BEREID JE GOED VOOR
Feedback geven is een complexe vaardigheid waarvan je niet mag verwachten dat je ze vanzelf verwerft. Daarom, net zoals bij feedback vragen, bereid je dit ook het best voor.
WANNEER?
WAT?
HOE?
AAN WIE?
Module 4 | Feedback geven
WAT?
Kreeg je de opdracht om feedback te geven, bijv. in het kader van peerfeedback of vakfeedback op het einde van het semester? Check dan goed welke richtlijnen je hebt gekregen, zowel voor de inhoud als voor de vorm. Inhoud gaat over de zaken waarop je precies feedback moet geven: onderbouwing, taalgebruik, samenwerkingsvaardigheden, inhoud van de lessen... Heb je een rubric, criteria, checklist, script, enquête… gekregen? Dat zijn jouw handvatten om over de inhoud te oordelen. Wat de vorm betreft: moet je enkel iets aankruisen, zelf input schrijven, of ook werken vergelijken en aangeven welk je het sterkst vindt? Zorg dat je weet wat er precies verwacht wordt.
Module 4 | Feedback geven
WAT?
Wil je op eigen initiatief feedback geven? Super dat je dit aandurft! In module 1 kwam al aan bod dat niet alle feedback even effectief is. Check daarom de feedback die je in gedachten hebt volgens deze criteria:
CONCREET
RELEVANT
STERKTES EN ZWAKTES
TUSSENTIJDS
OPLOSSINGSGERICHT
ACTIVEREND
Module 4 | Feedback geven
AAN WIE?
Heb je feedback op de opleiding, bijv. over de spreiding van deadlines van taken, een te hoge werklast voor een bepaald vak… dan kan je dit aangeven in de vak- of opleidingsfeedback. Vergeet ook niet dat je via studentenvertegenwoordigers bepaalde zaken ter sprake kan brengen in de opleiding of faculteit. Zo wordt je feedback ook tussentijds, waardoor de opleiding of faculteit mogelijk nog snel iets kan bijsturen.
Opleiding
Een eerste stap is om je medestudenten feedback te geven. Soms is dat gewoon deel van een opdracht. Maar ook als het niet expliciet gevraagd wordt, kan het erg waardevol zijn. Onthoud: feedback is een cadeau! Door iets meteen aan te kaarten, help je de ander sneller bijsturen — beter dan dat die er nog weken mee blijft sukkelen. En wat als je medestudenten niets met je feedback doen? Dat is wel jammer, zeker als je feedback terecht was, maar het blijft hun keuze. Geef dat gerust ook mee in je feedback: “Ik hoop dat je er iets aan hebt, maar voel je vrij om zelf te beslissen wat je ermee doet.” Zo vergroot je de kans op een open reactie.
Medestudenten
De grootste stap is waarschijnlijk feedback geven aan je begeleiders, stagementoren of lesgevers. Dit kan best spannend zijn, maar laat je hierdoor niet afschrikken. Als er bijvoorbeeld een fout in het handboek staat, als jij en andere studenten een bepaald onderwerp niet begrijpen, of als je stagementor je taken geeft die niet aansluiten bij je stageopdracht, dan is het net waardevol om daar feedback over te geven. Zorg er wel voor dat je feedback concreet, relevant en oplossingsgericht is en blijf steeds beleefd.
Begeleiders, stagementoren of lesgevers
Module 4 | Feedback geven
HOE geef je dan feedback?
Je kan feedback geven via een mondeling gesprek, schriftelijk, of een combinatie van beide, bijvoorbeeld wanneer je je schriftelijke feedback mondeling toelicht.
Mondelinge feedback vindt “live” of online (bv. via MS Teams) plaats. Het grote voordeel is de directe interactie: gever en ontvanger kunnen meteen op elkaar reageren. Er is ruimte om door te vragen, samen na te denken over oplossingen of stil te staan bij emoties. Schriftelijke feedback daarentegen is meestal asynchroon: feedback geven en ontvangen gebeurt op verschillende momenten. Typische voorbeelden zijn peerfeedback op een paper, een mailtje naar je lesgever, of de vakfeedback. Het voordeel van schriftelijke feedback is dat je de tijd hebt om alles zorgvuldig te formuleren en je boodschap helder en gestructureerd over te brengen. Ook voor de ontvanger biedt het voordelen: die kan de feedback op eigen tempo lezen, laten bezinken en er pas later op reageren indien de feedback in eerste instantie “zwaar valt”. Je kan zelf kiezen wat voor jou het beste aanvoelt, maar check zeker of er al bestaande afspraken zijn. Heeft de lesgever bijvoorbeeld aangegeven dat die geen mails beantwoordt, maar wel actief is op het discussieforum op Ufora? Is er een vast spreekuur of is de lesgever tijdens de pauze beschikbaar?
Module 4 | Feedback geven
WANNEER geef je feedback?
Twee tips • Het beste moment om feedback te geven én te ontvangen is wanneer je emoties in balans zijn. Stuur dus geen mail als je erg boos bent, en spreek je lesgever niet aan net wanneer die gehaast lijkt te vertrekken naar een volgende afspraak. • Vermijd om telkens opnieuw kleine opmerkingen te geven. Merk je bijvoorbeeld verschillende foutjes op in de cursus? Dan is het vaak beter om die te bundelen in plaats van elk punt apart te melden.
Module 4 | Feedback geven
Waag de sprong!
Hierna geven we twee concrete technieken om feedback te geven. Het 4G-model wordt vooral gebruikt in mondelinge scenario’s. Voor schriftelijke feedback kan je het ezelsbruggetje “BOSS” gebruiken: beschrijven, oordelen, staven, suggesties.
Module 4 | Feedback geven
Het 4G-model
Het 4G-model is vooral handig om mondeling feedback te geven op (ongewenst) gedrag. Het bestaat uit 4 componenten:
Beschrijf het gedrag vanuit de “ik”-vorm. Zeg bijv. niet tegen je medestudent “Jij stuurt jouw delen van het groepswerk altijd te laat door, je haalt de afgesproken deadline nooit.” Maar zeg iets als: “Ik merk dat ik vaak pas heel laat jouw stuk van het groepswerk krijg.” Voeg daaraan toe welke gevoelens je daarbij hebt en welke gevolgen er zijn: “Daardoor voel ik me opgejaagd, want ik heb dan geen tijd meer om alles goed te bekijken of aan te passen. Het groepswerk is daardoor minder samenhangend en ik heb het gevoel dat we punten laten liggen.” Expliciteer wat je zou willen veranderen of bedenk zelf gewenste alternatieven. Bijv.: “Is het een idee dat bij het opstellen van een deadline jij ook heel eerlijk kunt aangeven wat voor jou wel en niet haalbaar is? En als je merkt dat het toch niet lukt, dat je dit op tijd aangeeft en al doorstuurt wat je hebt?”
Dit filmpje geeft in een kleine 2 minuten weer wat het 4G-model betekent. Kijk je mee?
Module 4 | Feedback geven
BOSS
Het ezelsbruggetje “BOSS” is handig om meer overkoepelende feedback te geven op bijvoorbeeld schrijftaken van medestudenten. Hierbij volg je volgende stappen:
ordelen
eschrijven
Waarover gaat het en waar heb je het opgemerkt? Een goeie manier voor jezelf om gestructureerd te werk te gaan, is door van groot naar klein te werken: begin met feedback te geven op overkoepelende elementen zoals de structuur van een tekst of de algemene samenwerking met je groepsgenoten, en zoom daarna in op specifieke passages of momenten. Kleine zaken, zoals schrijffouten, komen pas op het einde aan bod.
Bijvoorbeeld: "In dit stuk tekst vind ik de structuur niet zo duidelijk. Ik mis opbouw in de alinea’s en zie dat sommige alinea’s meerdere thema’s bevatten, in plaats van één zoals in de voorbeelden in de lessen besproken werd. Misschien helpt het om eerst schematisch op te stellen welke bouwstenen je wil gebruiken en aan te geven hoe die logisch op elkaar volgen. Je kan dit schema dan gebruiken om je tekst onder te verdelen in alinea’s."
Wat vind je ervan? Gebruik steeds de ik-vorm en wees kritisch, maar vriendelijk.
uggesties
Wat stel je voor als oplossing, aan welke alternatieven denk je? Soms is 'doe zo voort' ook waardevol. Je hoeft niet altijd zelf dé oplossing te geven, je kan ook suggesties geven over hoe iemand het kan aanpakken.
taven
Indien relevant, geef aan waarom je dat vindt. Of iets goed of slecht is, hangt ook af van de criteria waaraan de taak moet voldoen. Om je feedback te onderbouwen, kan je verwijzen naar andere bronnen, bijvoorbeeld wetenschappelijke artikels of zaken die in de lessen aan bod kwamen.
Module 4 | Feedback geven
Versterk je boodschap met deze extra tips
Zoals eerder gezegd: feedback is pas effectief als er iets mee gebeurt, wat je niet altijd zelf in de hand hebt omdat het uiteindelijk de ontvanger is die beslist wat die ermee doet. De manier waarop je je feedback geeft, speelt wel een grote rol in hoe goed je boodschap overkomt. Niet alleen wát je zegt, telt – ook hóé je het zegt Omdat mondelinge feedback meestal een heen-en-weergesprek is, volstaat het niet om je boodschap respectvol en duidelijk te formuleren, ook actief luisteren en je verhaal (non-)verbaal ondersteunen zijn cruciaal:
Let ook op je houding.
Module 4 | Feedback geven
Versterk je boodschap met deze extra tips
En wat met schriftelijke feedback? Ook wanneer je schriftelijk feedback geeft op papers of taken, zijn er een aantal zaken waarop je kan letten zodat je boodschap goed overkomt:
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 1: STAGE
Je bent stagiair in een biotechbedrijf. Je bent nog niet zo lang aan de slag, maar alles verloopt goed. De klik met je stagementor is ook oké. Op een bepaald moment moet je een staal analyseren, je volgt hierbij de stappen zoals je ze hebt geleerd tijdens de practica in de opleiding. Je merkt echter dat je stagementor het anders aanpakt. Die zegt jou ook: “Je moet dat zo niet doen, je moet dat zo en zo doen.” Je weet niet goed hoe je moet reageren. De practicumbegeleiders hebben echt wel gehamerd op deze procedure, maar je stagementor heeft natuurlijk wel bakken ervaring en die staat in de échte praktijk.
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 2: PEERFEEDBACK
Je moet in het kader van een vak peerfeedback geven op de paper van een medestudent. De paper gaat over een maatschappelijk thema en bevat zowel een theoretisch kader als een persoonlijke reflectie. Tijdens het lezen merk je dat de inhoud interessant is, maar dat je moeite hebt om de structuur te volgen. Er zitten sterke ideeën in, maar soms komen ze wat rommelig over, en de opbouw van de tekst is niet altijd logisch. Je merkt ook dat enkele termen niet correct gebruikt zijn, en dat er hier en daar spelfouten staan. De feedback moet je indienen via een specifieke online tool, en je mag maximaal 500 woorden gebruiken. Je weet dat je medestudent er veel moeite heeft ingestoken en je wil graag bruikbare, opbouwende feedback geven, maar je hebt maar een beperkte ruimte.
Module 4 | Feedback geven
OEFEN JE FEEDBACKVAARDIGHEDEN
Lees deze casussen, beantwoord de quiz op en klik op het gele icoon voor de oplossing!
CASUS 3: GROEPSWERK
Voor een groepswerk werden de groepen willekeurig samengesteld. Je kende je medegroepsleden dus niet goed, maar intussen breng je veel tijd met hen door. Na een tijdje begin je je te storen aan de communicatiestijl van één groepslid: telkens iemand een idee aanbrengt, reageert die persoon nogal bot. De assistenten van het vak lijken dit niet op te merken of zeggen er alleszins niets van, ook al waren ze aanwezig tijdens begeleide intervisiemomenten waarin jij je meermaals ongemakkelijk voelde bij die reacties. Je zou er graag iets van zeggen, maar je twijfelt: als de assistenten niets doen, waarom zou jij het dan wel aankaarten?
Module 4 | Feedback geven
Module 5
Wrap-up
De leerdoelen die je hebt behaald
Het feit dat je deze pagina hebt bereikt betekent dat je dit leerpad over feedback volledig hebt doorlopen - super! Dit is een mooie plek om even samen te vatten wat je allemaal hebt geleerd over feedback. We kunnen hiervoor de leerdoelen gebruiken die we in het begin van het leerpad hadden genoemd:
Na het doorlopen van dit leerpad:
Herken je feedback in allerlei situaties en besef je dat het belangrijk is; Weet je wat het concept feedback inhoudt; Weet je hoe je feedback kunt ontvangen; Ken je concrete manieren om feedback te vragen; Weet je wanneer en hoe je feedback kunt geven.
Module 5 | Wrap-up
Meer informatie
Alhoewel dit leerpad veel informatie bevat, kunnen we ons voorstellen dat je nog vragen hebt of je jezelf nog verder wilt verdiepen over feedback. Bovendien is het niet alle dagen feest als student: soms heb je veel aan je hoofd of is het moeilijk je weg te zoeken. Hieronder vind je een aantal links naar sites en portalen waar je terecht kunt.
Wel in je velWil je zelf aan de slag? Op de Ufora-site van Wel in je vel kan je steeds terecht:
- Blijf op de hoogte van activiteiten rond studeren en welzijn binnen en buiten de UGent
- Bekijk handige tips en materiaal waarmee je zelf aan de slag kan
- Stel (anoniem) vragen aan andere studenten of studentenpsychologen op het discussieforum
Klik op de gele knop om naar de Wel in je vel-site op Ufora te gaanDe Feedbackwijzer De Feedbackwijzer is ontwikkeld voor jou als student om het feedbackbewustzijn te verhogen en jouw actieve rol in het feedbackproces te benadrukken. Een aantal dingen zullen je bekend voor komen, maar er staat ook nieuw info in. Neem gerust eens een kijkje! Je kunt de Feedbackwijzer downloaden door op de gele download-knop te klikken
TrustpuntAls Universiteit Gent willen we respectvol met elkaar omgaan. Grensoverschrijdend gedrag en discriminatie worden niet getolereerd. Word je er mee geconfronteerd? Trustpunt is er voor je. Klik op de gele knop om naar de Trustpunt-site te gaan
Module 5 | Wrap-up
Voorbeeld
“Ik heb het vak niet gesnapt, maar de lesgever was wel een toffe pee.” Als je zoiets invult bij de vakfeedback, dan bedoel je het vast heel goed, maar de persoonlijkheid van de lesgever is niet waar het hier om draait. Vakfeedback is er zodat lesgevers hun onderwijs kunnen bijsturen waar nodig en daarover geef je dan ook het best feedback. Ook in andere scenario’s stel je jezelf best eerst de vraag: “wat zijn de doelen van mijn feedback, waartoe moet mijn feedback leiden, wat zijn de prioriteiten?” Indien je medestudent bijv. een teveel aan spaties heeft in diens tekst, kan je dat opmerken, maar dit zal niet hét grootste punt zijn in je feedback. Tot slot: speel altijd op de bal en nooit op de persoon. Zeg bijvoorbeeld niet aan je medegroepslid: “Je bent lui,” (wat ook al weinig concreet is), maar speel in op veranderbaar gedrag: “Ik merk dat je minder inspanningen levert voor het groepswerk in vergelijking met de rest van ons.”
Oplossing
Waarschijnlijk zit je in deze situatie gewrongen tussen twijfel (wie heeft het nu juist) en beleefdheidsissues (je wil de expertise van je mentor niet ondermijnen). Toch is het belangrijk dat je in deze situatie feedback durft te geven. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat je mentor een handeling al vele jaren op een bepaalde manier uitvoert, maar dat die niet weet dat er een update geweest is van het protocol. Jouw feedback doet er dus toe! Tip: Eenzelfde gesprek kan je ook voeren met de practicumbegeleiders uit de opleiding: hoe staan zij tegenover de aanpak die je stagementor hanteert? Op die manier heb je beide kanten gehoord en kan je een onderbouwde beslissing maken. Ook hier heb jij de touwtjes in handen!
Soms geef je feedback op één specifiek punt. Je kaart dan een concreet probleem aan waarop je je focust. Maar soms geef je ruimere, meer overkoepelende feedback — bijvoorbeeld over iemands functioneren of een afgeronde taak of prestatie. In zulke gevallen is het belangrijk om niet alleen verbeterpunten te benoemen, maar ook sterke punten. Soms omdat het werk duidelijk onder de verwachtingen blijft, waardoor alle aandacht naar de fouten gaat. En soms net omdat het werk heel goed is: dan focussen we op kleine details die nog beter kunnen, en vergeten we te zeggen dat het geheel eigenlijk al sterk is. In beide gevallen kan feedback zo negatiever overkomen dan bedoeld. Door ook te benoemen wat goed gaat, help je de ontvanger om open te staan voor je feedback (want herinner je uit module 2: feedback krijgen is niet altijd makkelijk) en zorg je ervoor dat die iets heeft om op verder te bouwen.
Zoek oogcontact, zo kan je peilen of je boodschap aankomt, maar hou het natuurlijk en afwisselend, staren is ongemakkelijk.
Door weg te kijken of naar de grond te kijken kan je een onzekere of ongeïnteresseerde indruk geven.
Gekruiste armen geven de indruk dat je niet open staat voor wat de ander zegt.
Probeer te glimlachen.
Boze of twijfelende blikken kunnen de ander onzeker maken.
Gebruik kleine aanmoedigingen om te laten merken dat je luistert (knikjes of “mmm”).
Met je ogen rollen, nee knikken, een afkeurende “uhu”, je doet het soms onbewust, maar probeer dit te vermijden want het zijn dooddoeners voor een open dialoog.
Neem een open, actieve houding aan: leun lichtjes voorover en richt je schouders naar de ander.
Wat?
Begin met kritisch naar je eigen werk of gedrag te kijken en dat te vergelijken met wat er van je verwacht wordt/werd. Kijk bijvoorbeeld naar de doelstellingen van de opdracht, wat er in de les aan bod kwam, of wat je terugvindt in het handboek. Zo kan je expliciete aandachtspunten formuleren. Denk ook na over je aanpak: was dit echt de beste manier, waren er alternatieven, wat heb je nodig om het beter te doen? Zo ben je beter voorbereid op de feedback die je wil krijgen.
AAN WIE?
Eigenlijk heb je net al feedback aan jezelf gevraagd (zie "WAT?"). Dat klinkt misschien wat stom, maar je eigen handeling of eindproduct in vraag stellen is een belangrijk onderdeel van feedback.
Een iets grotere drempel is feedback vragen aan je medestudent. Die heeft hoogstwaarschijnlijk dezelfde taak, dus weet - hopelijk - perfect wat er verwacht wordt. Ook een chatbot kan je op een bepaalde manier beschouwen als een medestudent. Vraag feedback aan bijv. ChatGPT, maar weet dat je in gratis versies van de tools je geüploade documenten definitief afstaat. Doe dat dus nooit met vertrouwelijke data of met cursusmateriaal van lesgevers zonder toestemming. Wees je er ook van bewust dat deze tools niet altijd de waarheid spreken. Vertrouw dus niet blindelings op hun feedback, maar neem het als startpunt om kritischer naar je eigen taak te kijken.
Medestudenten (en chatbots)
Jezelf
De grootste drempel, maar daarom geen onmogelijke stap, is waarschijnlijk feedback vragen aan de lesgever zelf. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want die heeft niet altijd tijd voor jou. Ga altijd eerst na of er bepaalde gewoontes of richtlijnen zijn voor het vak waarvoor jij feedback wil vragen. Is de lesgever aanspreekbaar voor of na de les, tijdens een pauze? Heeft de lesgever een open spreekuur of maak je het best een afspraak? Is er een (anoniem) discussieforum op Ufora, een chat of kanaal in MS Teams? Werden al specifieke feedbackmomenten vastgelegd? Of kan je gewoon een e-mail sturen? Zijn er niet onmiddellijk specifieke richtlijnen, vraag dan iemand in de directe omgeving – bijv. een assistent – of de lesgever bereid zou zijn om feedback te geven en op welke manier je die het best contacteert. En misschien kan de assistent zelf je ook verder helpen.
Iets meer drempelvrees ervaar je misschien bij het monitoraat. Totaal onterechte drempelvrees, want dat is er net om je te helpen, zeker als het gaat over feed-up: hoe pak je het best bepaalde vakken en taken aan? Sowieso is er hulp voor eerstejaarsstudenten, maar je kan ook feedback krijgen bij bepaalde vakken na BA1. Ga na of dat bij jouw monitoraat het geval is.
Lesgever
Monitoraat
Oplossing
Je raadde het misschien al, maar hier waren alle drie de opties goeie alternatieven. Als de lesgever het gebruik van generatieve AI niet expliciet heeft verboden, kunnen zulke tools zeker een nuttige bron van feedback zijn. Ze zijn vooral geschikt voor een eerste scan en generieke feedback: zijn er schrijffouten, heb ik iets over het hoofd gezien uit de instructies, is mijn tekst vlot leesbaar, enzovoort. Voor inhoudelijke of diepgaandere vragen zijn ze minder geschikt, omdat AI de context van het vak of de opdracht niet kent zoals de lesgever of begeleiders dat wel doen. In dat geval probeer je dus best iemand van het onderwijsteam te bereiken. Dat hoeft niet per se door rechtstreeks naar de verantwoordelijk lesgever te stappen. Je kan dit wel proberen door de open vraag te stellen: “Ik zit met de volgende vraag… Is er een moment waarop u me hierover wat meer uitleg kan geven?” Weet dat de kans bestaat dat de verantwoordelijk lesgever zal aangeven dat die daar geen tijd voor heeft. Kijk daarom ook naar andere mogelijke kanalen: is er een onderwijsbegeleider of assistent die je kan aanspreken? Zijn er spreekuren, een discussieforum op Ufora, of geplande feedbackmomenten binnen het vak? Maak daar zeker gebruik van.
Waar?
De plaats waar je feedback kan vragen wordt meestal bepaald door de feedbackgever zelf, of het nu gewoon in het leslokaal is na de les of op het discussieforum in Ufora. Weet echter dat je bij een gesprek perfect kan vragen om even in een andere ruimte met elkaar te spreken, als je bijv. liever iets onder vier ogen bespreekt.
Tot slot nog even dit: gaat het om iets dat niet oké is – zoals discriminatie, pesterijen of verbale of fysieke agressie – dan valt dit niet onder “feedback geven”. In dat geval spreken we van grensoverschrijdend gedrag. Voel je je comfortabel genoeg, dan kan je als eerste stap de pleger aanspreken. Maar weet dat je hier niet alleen voor staat: Trustpunt is er om naar je te luisteren, je advies te geven over mogelijke vervolgstappen en je daarin te begeleiden. Je vindt meer informatie over Trustpunt via het studentenportaal.
Aan de slag!
Stel concrete actiepunten op voor jezelf: wat wil je verbeteren en in welke situaties kan je daaraan werken? Actiepunten kunnen zich op drie niveaus situeren: product, handeling, en gedrag.
- Waren er specifieke aandachtspunten voor een afgeleverd product, bijv. een werkstuk waarvan je een bepaald onderdeel niet voldoende had uitgewerkt? Weet je hoe je dat gaat aanpakken?
- Denk aan specifieke stappen in een bepaalde handeling, bijvoorbeeld een preparaat bereiden, een presentatie geven, of een cliënt onthalen. Welke stap(pen) is/zijn voor verbetering vatbaar en waar zie je oefenmogelijkheden?
- Of kan je je gedrag aanpassen? Kan je er bijv. op letten om op tijd te komen? Welke tips en tricks kan je voor jezelf bedenken om hieraan te werken?
Schrijf deze actiepunten op — je geheugen is niet feilloos. Als dat mogelijk is, kan je ook laten weten aan je feedbackgever wat je ervan gemaakt hebt: “Ik heb nog eens nagedacht over ons feedbackgesprek en prioriteit nummer 1 voor mij is X en dat ga ik zo proberen verbeteren.” Blijf je het oneens met de feedbackgever? Ga terug naar stap 2 en ga in gesprek over waarom jij er anders over denkt.Oplossing
Laat je niet afschrikken door een beperkt aantal woorden, maar vermijd dan net het geven van kleine, losse details. Een beperkte ruimte dwingt je om te kiezen: wat is het belangrijkste om mee te geven? Kies één of twee kernpunten, en formuleer die helder en opbouwend, bijvoorbeeld a.d.h.v. het ezelsbruggetje BOSS: beschrijven, oordelen, staven, suggesties. Zo blijft je feedback niet alleen to the point, maar ook vriendelijk, constructief en "verteerbaar" voor de ontvanger. En dat is precies wat goede feedback doet: aanzetten tot bijsturing, zonder te ontmoedigen.
Wees vriendelijk
Goeie feedback op een goeie manier geven is niet evident. Misschien twijfelt je feedbackgever ook of die het nu goed aangepakt heeft of niet. Laat daarom weten dat je blij bent dat die eventjes de tijd voor jou genomen heeft: “Bedankt voor je tijd, ik ga eens bekijken hoe ik ermee aan de slag kan.” Daarmee toon je dat je met de feedback actief aan de slag gaat, wat niet per se gelijk is aan alles klakkeloos overnemen. Zo zet je ook de deur open voor vervolggesprekken.
Oplossing
Je zal misschien niet met alle feedback die je ontvangt akkoord gaan. En dat is oké. Maar weet je zeker dat je je begeleider goed begrepen hebt? Durf gerust doorvragen: “Ik snap dit werkpunt niet echt. Ik werk liever eerst in het klad om daarna alles foutloos over te nemen. Dat lijkt me netter dan telkens te moeten doorstrepen en opnieuw te beginnen. Is dat geen goeie manier van werken?” Probeer daarna samen specifieke oplossingen op te stellen. Oplossingen waarbij ook jij je comfortabel voelt en die haalbaar voor jou zijn. Heb je doorgevraagd en ben je het nog steeds niet eens? Laat je begeleider dit dan op een beleefde manier weten.
Oplossing
Het is duidelijk dat je deze feedback niet verwacht had. Probeer toch een nieuwsgierige houding aan te nemen. Waar botst de visie van je groepsleden met de jouwe? Moet je je eigen opvattingen misschien bijsturen? Heb je alles wel goed begrepen? Vraag dus meer uitleg.
Luister om te begrijpen
Ben je (terug) zen? Super! Probeer nu de boodschap goed te begrijpen. Ga voor jezelf na of er iets botst met wat je zelf dacht. Vraag de feedbackgever om extra uitleg en specifieke voorbeelden indien nodig. Klap je toe of reageer je gepikeerd? Dat is heel normaal! Iedereen heeft een beeld van zichzelf, met sterktes en zwaktes. Als de feedback die je krijgt daar niet mee overeenkomt, dan is er een intern conflict. Je zal dit conflict willen oplossen door de feedback te negeren, als irrelevant te beschouwen of te klasseren als “onwaar”. Probeer die defensieve reactie te vermijden. Het kán zijn dat 90% van de feedback die je krijgt irrelevant of onjuist is, maar een defensieve reactie zorgt ervoor dat je ook niet luistert naar die 10% die je wel kan doen groeien! Vraag meer uitleg om je interne conflict op te lossen: “Je vertelt me dat ik aspect X nog moet verbeteren, maar ik dacht net dat ik daarin goed bezig was omdat… Kan je een specifieke situatie beschrijven waarin jij vond dat aspect X beter kon?”
Oplossing
Twijfel niet om in de situatie zelf feedback te geven. Ja, je zou er eerst iets van kunnen zeggen tegen de assistenten of overleggen met medegroepsleden, maar het is jouw feedback, dus niemand kan beter uitleggen wat je bedoelt dan jijzelf. En oefening baart kunst! Bovendien kan je niet weten waarom de assistenten er niets van zeggen. Misschien hebben ze die student al aangesproken, maar had dat weinig effect.
Oplossing
Geen gemakkelijke situatie: je krijgt een stortvloed aan negatieve feedback, terwijl je dit niet had verwacht. Hoe pak je dit aan? Het begint al bij het moment dat je stagementor vraagt of je twee minuten tijd hebt voor een feedbackgesprek. Als je je dan al gespannen voelt, kan je twee dingen doen. De knop omdraaien en ervoor gaan, of vragen om erover te praten op een ander moment: “Graag, maar kan het ook op een ander moment? Ik voel me wat gestrest en denk dat ik beter ga kunnen luisteren als ik wat rustiger ben.” Het kan natuurlijk ook dat je je wel goed voelt en dat de krop in de keel pas komt tijdens het gesprek. Als je voelt bij jezelf dat de emoties heel hoog oplopen, dan is de kans dat je je innerlijke rust terugvindt op dat moment klein. Vraag dus een korte pauze en probeer terug te denken aan stap 1: feedback helpt je om te groeien en jij hebt steeds de touwtjes in handen om te beslissen wat je ermee doet. Hervat daarna het gesprek en wees niet bang om extra uitleg te vragen als er zaken zijn die je niet snapt.
Feedback is vooral effectief als… er iets mee gedaan wordt! Als feedbackgever kan je een aantal zaken doen om het “ene oor in, andere oor uit”-scenario te vermijden. Vraag bijvoorbeeld op het einde van een gesprek of alles duidelijk was en overloop nog eens samen de eventuele actiepunten die jullie hebben opgesteld. Ook schriftelijk kan je eindigen met een samenvattende vraag à la: “Zie je het zitten om met X aan de slag te gaan? Laat gerust weten als ik nog iets kan verduidelijken.” Op deze manier vermijd je misverstanden en is de toon om actie te ondernemen gezet.
Beoordeel en beslis
Met je feedback aan de slag gaan is de boodschap. Weeg daarom af welke zaken je wil meenemen en welke niet. Denk hier goed over na, probeer je eigen emotionele reacties te herkennen en om te buigen naar iets positiefs.
Oplossing
Dit is duidelijk niet het resultaat waarop je gehoopt had en het is normaal dat je teleurgesteld bent. Probeer echter niet te veel in die teleurstelling te blijven hangen: het resultaat is wat het is en net door naar concrete actiepunten te vragen kan je je blik weer richten op de toekomst. Een toekomst waarin je het beter doet! Onthoud dat je lesgever ook gewoon een mens is, bedank die dus eventjes voor diens tijd. En besef dat een fout maken bij het optellen van je score kan, maar dat de lesgever niet de bedoeling heeft om jou te pesten of te viseren. Een lesgever moet steeds afwegen of jij de competenties van het vak voldoende beheerst en dat is niet altijd eenvoudig.
Wist je dat je aan de UGent recht hebt op vaste feedbackperiodes? Die staan vast in de academische kalender en vallen in de week na de bekendmaking van je punten.
In module 2 kwam al aan bod dat het niet altijd fijn is om feedback te krijgen. Let er daarom op dat er altijd ruimte is om tot concrete oplossingen te komen wanneer je feedback geeft. Jij kan een paar mogelijke oplossingen aanreiken, maar je kan ook samen met de ontvanger nadenken door vragen te stellen zoals: “Wat vond je ervan? Hoe denk jij erover? Welke oplossingen had jij voor ogen?”
Oplossing
Opnieuw is de voorbereiding de sleutel. Als je naar je begeleider stapt met de vraag: “Kan je het nog eens uitleggen,” komt dat misschien niet zo goed over. Als je echter eerst het feedbackgesprek hebt geanalyseerd en zo tot specifieke vragen bent gekomen, dan klinkt dat al helemaal anders: “Ik heb nog eens nagedacht over ons gesprek, met x en y ben ik al helemaal mee, maar over z twijfel ik nog. Kan je dat nog wat verduidelijken?” Met een dergelijke vraag komt het niet over alsof je niet geluisterd hebt. Integendeel, je bewijst dat je geïnteresseerd bent en met de inhoud verder aan de slag wil gaan!
Soms heb je zelf weinig invloed op wanneer je precies feedback moet geven. Denk aan bevragingen die je worden toegestuurd of peerfeedbackopdrachten waarbij de lesgever op voorhand de timing bepaalt. Beslis jij wel over de timing? Besef dan dat feedback het meest effectief is wanneer het tussentijds wordt gegeven, wanneer de persoon nog iets kan veranderen of bijsturen. Je medegroepslid na het groepswerk erop attent maken dat je vond dat die te dominant was op jullie overleggen, is zeker nuttig voor een volgend groepswerk. Maar dit tijdens jullie groepswerk doen is natuurlijk nog veel beter, dan is het voor jullie beiden een win. Bovendien spaart het waarschijnlijk een hele hoop frustratie uit.
Zoek oogcontact, zo kan je peilen of je boodschap aankomt, maar hou het natuurlijk en afwisselend, staren is ongemakkelijk.
Door weg te kijken of naar de grond te kijken kan je een onzekere of ongeïnteresseerde indruk geven.
Gekruiste armen geven de indruk dat je niet open staat voor wat de ander zegt.
Probeer te glimlachen.
Boze of twijfelende blikken kunnen de ander onzeker maken.
Gebruik kleine aanmoedigingen om te laten merken dat je luistert (knikjes of “mmm”).
Met je ogen rollen, nee knikken, een afkeurende “uhu”, je doet het soms onbewust, maar probeer dit te vermijden want het zijn dooddoeners voor een open dialoog.
Neem een open, actieve houding aan: leun lichtjes voorover en richt je schouders naar de ander.
Oplossing
Ook hier kan voorbereiding je helpen. Door op voorhand na te denken waarover je het zeker wil hebben, kan je het gesprek terugleiden naar jou. Merk op dat je met dit soort vragen ook een geïnteresseerde houding toont: je bevestigt wat de lesgever zegt en stelt extra bijvragen. Zit er veel tijd tussen het examen en het feedbackmoment en kan je je daardoor moeilijk herinneren wat de vragen precies waren en wat je hebt geantwoord? Vraag dan beleefd aan het begin van het gesprek of je je examen eerst nog eens mag doorbladeren zodat het weer “fris in je hoofd zit”.
Oplossing
Denk tijdens je voorbereiding goed na over wat je precies wil bespreken, waarover je graag feedback wil. De vraag: “Ik heb enkele specifieke vragen die ik met je zou willen bespreken, heb je eventjes tijd?” is minder overweldigend voor een stagementor dan de vraag: “Kan je me feedback geven?” Ook het wanneer-aspect is belangrijk. Weet jij dat je stagementor op het einde van de dag altijd heel erg gehaast is om naar huis te gaan? Of is je stagementor altijd erg gefrustreerd na het bedienen van die ene patiënt? Kies dan een ander moment. Heeft je stagementor een agenda of is er een weekrooster beschikbaar, kijk daar dan eventjes naar en plan een moment in. Dacht je een rustig moment gevonden te hebben, maar heb je nog steeds geen succes? Vraag dan proactief een nieuw moment.
Herkenbaar? Een compliment krijgen is leuk, maar wat heb je dan precies “fantastisch gedaan”, wat was er net goed aan je taak? Of omgekeerd, met de boodschap “volgende keer beter” ben je bitter weinig. Let er daarom op dat je feedback concreet is als je aan de slag gaat met feedback geven. Vermijd vage of te algemene opmerkingen. Zeg bijvoorbeeld niet tijdens de les: “U gaat te snel”, maar specifieer waar voor jou de moeilijkheden liggen: “In deel X kon ik de overgang van a naar b niet volgen.”
Haal even adem en denk aan de voordelen van feedback
Merk je dat je zenuwachtig wordt als je feedback ontvangt? Probeer je innerlijke zen te vinden door te beseffen dat feedback je helpt groeien en dat jij beslist wat je ermee doet en hoe je dat zal doen. Lukt het je niet om rustig te worden? Probeer dan volgende zin: “Bedankt voor je feedback. Ik moet het eventjes laten bezinken. Kunnen we 10 minuutjes pauzeren?" Uiteraard zal dit niet in elke context mogelijk zijn. In een één-op-één-gesprek of tijdens een coachingsmoment kan het meestal wel, omdat er ruimte is om de interactie te pauzeren. In een drukke les, of bij een feedbackmoment in groep is het minder realistisch om meteen een pauze in te lassen. In die context kan je in plaats daarvan voor jezelf noteren wat er gezegd wordt en er later op terugkomen, bijvoorbeeld door na het gesprek nog een korte mail te sturen met je bedenkingen of vragen.