Didactiek
Bij een vraag van je juf of meester probeer je zoveel mogelijk in een zin te antwoorden. Vergeten? Je leraar vraagt te herhalen. en doet het herhaalgebaar. Jij probeert een zin: niet 'PEER' 'Ik lust graag peer.' Bij gesloten vragen mogelijk antwoord in één woord. Bij open vragen zoveel mogelijk in één zin.
1 Je juf of meester zegt: 3-2-1 2 Je maakt het meteen stil en kijkt naar de juf of meester. -in de klas -op de speelplaats -tijdens turnen -op uitstap
Lagere school
1 Je juf/meester zegt: Denk eerst na over deze vraag. 2 Je juf/meester zegt: 123-Draai 3 Je juf/meester zegt wie begint: En Duo. 4 Je juf of meester duidt aan wie mag delen voor de hele klas.
6L
3L
1 Je juf of meester stelt een vraag. 2 Je schrijft je antwoord groot genoeg (afstand tussen duim en top wijsvinger) 3 Je draait je wisbord om op de bank. Je legt wisser en stiftje voor je bakje. 4 Juf/meester zegt 123-toon 5 Je neemt je wisbord met beide handen vast en houdt het tegen de borstkas. 6 Je juf of meester geeft een extra tip of zegt dat je je antwoord mag wissen. Wisbordjes worden opgeborgen in je bank, wisser en stiftje in je bakje.
L2
L6
1 Je juf of meester zegt: 'De juf/de meester.' 2 Je juf of meester zegt: 'Samen.' 3 Je juf of meester zegt: 'Jullie.'
Bij taal: Leesvinger, leeshouding, uitspraak, stemvolume Durf te turven. Is iedereen effectief aan het lezen?
L2
1 Je juf of meester zegt: 'Eeeeeeen.. SARK.' Stil maken Armen over elkaar Rechtop zitten Kijken naar juf of meester 2 Je juf of meester geeft je pas uitleg wanneer iedereen kijkt.
L2
Op speelplaats: 1 Je staat op stip. 2 Stilte op 321. 3 Je wandelt stil op trap en in de gang In de gang 1 Je doet je jas uit. 2 Je laadt je boekentas uit: brooddoos, drinkbus, koekendoos en huiswerkkaft. Bij de klas: 1 Je gaat in stilte binnen 2 Je legt je materiaal klaar 3 Je staat achter je stoel Je armen in SARK 4 Je wacht tot iedereen klaar staat 5 Je leraar zegt: 'Goedemorgen.' Je zegt 'Goedemorgen' terug. 6 Je leraar zegt: 'Je mag gaan zitten.'
L4
drankbriefje om 10.05
Het is nu 8.35
Jas Brooddoos Drinkebus Koekendoos
In stilte naar binnen
Huiswerkkaft
Ik sta klaar
1 Je juf of meester stelt een vraag en geeft DENKTIJD. 2 Je juf of meester wijst je aan. 3 Je probeert een deel van het antwoord of het hele antwoord te geven. Iedereen doet dit mee ook al weet je het antwoord soms niet. Je vinger hoef je niet op te steken.
2L
't Kofschip personeelsleden Hoe wij leren in de klas
Stefaan Vanparys
Created on May 2, 2024
Start designing with a free template
Discover more than 1500 professional designs like these:
View
Urban Illustrated Presentation
View
3D Corporate Reporting
View
Discover Your AI Assistant
View
Vision Board
View
SWOT Challenge: Classify Key Factors
View
Explainer Video: Keys to Effective Communication
View
Explainer Video: AI for Companies
Explore all templates
Transcript
Didactiek
Bij een vraag van je juf of meester probeer je zoveel mogelijk in een zin te antwoorden. Vergeten? Je leraar vraagt te herhalen. en doet het herhaalgebaar. Jij probeert een zin: niet 'PEER' 'Ik lust graag peer.' Bij gesloten vragen mogelijk antwoord in één woord. Bij open vragen zoveel mogelijk in één zin.
1 Je juf of meester zegt: 3-2-1 2 Je maakt het meteen stil en kijkt naar de juf of meester. -in de klas -op de speelplaats -tijdens turnen -op uitstap
Lagere school
1 Je juf/meester zegt: Denk eerst na over deze vraag. 2 Je juf/meester zegt: 123-Draai 3 Je juf/meester zegt wie begint: En Duo. 4 Je juf of meester duidt aan wie mag delen voor de hele klas.
6L
3L
1 Je juf of meester stelt een vraag. 2 Je schrijft je antwoord groot genoeg (afstand tussen duim en top wijsvinger) 3 Je draait je wisbord om op de bank. Je legt wisser en stiftje voor je bakje. 4 Juf/meester zegt 123-toon 5 Je neemt je wisbord met beide handen vast en houdt het tegen de borstkas. 6 Je juf of meester geeft een extra tip of zegt dat je je antwoord mag wissen. Wisbordjes worden opgeborgen in je bank, wisser en stiftje in je bakje.
L2
L6
1 Je juf of meester zegt: 'De juf/de meester.' 2 Je juf of meester zegt: 'Samen.' 3 Je juf of meester zegt: 'Jullie.'
Bij taal: Leesvinger, leeshouding, uitspraak, stemvolume Durf te turven. Is iedereen effectief aan het lezen?
L2
1 Je juf of meester zegt: 'Eeeeeeen.. SARK.' Stil maken Armen over elkaar Rechtop zitten Kijken naar juf of meester 2 Je juf of meester geeft je pas uitleg wanneer iedereen kijkt.
L2
Op speelplaats: 1 Je staat op stip. 2 Stilte op 321. 3 Je wandelt stil op trap en in de gang In de gang 1 Je doet je jas uit. 2 Je laadt je boekentas uit: brooddoos, drinkbus, koekendoos en huiswerkkaft. Bij de klas: 1 Je gaat in stilte binnen 2 Je legt je materiaal klaar 3 Je staat achter je stoel Je armen in SARK 4 Je wacht tot iedereen klaar staat 5 Je leraar zegt: 'Goedemorgen.' Je zegt 'Goedemorgen' terug. 6 Je leraar zegt: 'Je mag gaan zitten.'
L4
drankbriefje om 10.05
Het is nu 8.35
Jas Brooddoos Drinkebus Koekendoos
In stilte naar binnen
Huiswerkkaft
Ik sta klaar
1 Je juf of meester stelt een vraag en geeft DENKTIJD. 2 Je juf of meester wijst je aan. 3 Je probeert een deel van het antwoord of het hele antwoord te geven. Iedereen doet dit mee ook al weet je het antwoord soms niet. Je vinger hoef je niet op te steken.
2L