Want to create interactive content? It’s easy in Genially!

Get started free

Coöperatieve werkvormen

an.vandewiele

Created on April 22, 2022

Start designing with a free template

Discover more than 1500 professional designs like these:

Essential Map

Akihabara Map

Frayer Model

Create Your Story in Spanish

Microcourse: Key Skills for University

Microcourse: Learn Spanish

Choice Board Flipcards

Transcript

Coöperatieve werkvormen

bron: wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-artikel

denken Delenuitwisselen

flitsen

om de beurt

dobbelen

interview

GENUMMERDE HOOFDEN

woordenweb

placemat

stam en expert

Brainstorm

binnencirkelbuitencirkel

PUZZELS

ronde

wandelwissel uit

hoeken

Denken delen uitwisselen

De leerkracht geeft een opdracht of stelt een vraag. De leerlingen krijgen een á twee minuten om over het antwoord na te denken. Daarna overleggen ze in tweetallen. Tenslotte worden de antwoorden klassikaal uitgewisseld.

Handige werkvorm ... om voorkennis te activeren om te oriënteren op een opdracht. bij zelfstandige verwerking voor reflectie of terugblik Tijdsduur: ongeveer vijf minuten.

Flitsen

De leerkracht leert de leerlingen een bepaalde vaardigheid, bijvoorbeeld de tafel van 6. Dan deelt hij flitskaarten uit, waarbij aan de ene kant de som staat en aan de andere kant het antwoord. Het is het handigst als elke leerling een eigen setje maakt. De leerlingen gaan in tweetallen zitten. De één leest de tafelsom voor, de ander noemt het antwoord. Als het goed is, krijgt hij het kaartje. Als het antwoord fout is, dan gaat het kaartje onderop de stapel. Dit gaat net zo lang door tot de leerling de hele stapel heeft. Daarna wisselen de kinderen van rol. Aan het einde bespreekt de leerkracht klassikaal na hoe het ging.

Deze werkvorm kan ingezet worden als zelfstandige verwerking. Hij is erg handig bij het automatiseren van rekenen, spelling, topografie en jaartallen. Tijdsduur: ongeveer tien tot vijftien minuten.

om de beurt

Deze werkvorm kan tijdens diverse momenten van de les ingezet worden. Tijdsduur: ongeveer vijf tot tien minuten.

De leerlingen zitten in tweetallen. De leerkracht stelt een vraag waarbij meerdere, korte antwoorden mogelijk zijn. Een voorbeeldvraag is: welke landen in Europa ken je? De leerlingen geven om de beurt een antwoord. Dat kan mondeling, maar ook op een gezamenlijk blaadje. Daarna volgt een klassikale afronding, waarbij enkele leerlingen hun antwoorden noemen.

dobbelen

In de klas wordt een tekst gelezen en nabesproken. Daarna gaan de kinderen in groepjes zitten. Elk groepje heeft één of twee dobbelstenen, waarop bijvoorbeeld staat: ‘wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom,...’. Op de andere dobbelsteen kunnen werkwoordsvervoegingen staan, zoals: ‘is, kan, doet, wil, heeft, zal’. Met de twee woorden die gegooid worden, maakt een van de leerlingen een vraag, die de groepsgenoten vervolgens beantwoorden. Daarna mag de volgende leerling gooien. Tenslotte volgt de klassikale nabespreking.

Deze werkvorm is geschikt als zelfstandige verwerking bij tekstbegrip van taal en zaakvakken. Tijdsduur: ongeveer vijftien tot dertig minuten.

interview

De leerkracht vertelt over welk onderwerp de kinderen elkaar gaan interviewen en maakt tweetallen. De leerlingen bedenken welke vragen zij willen stellen en schrijven ze op. Daarna interviewen de leerlingen elkaar, waarbij ze ook goed doorvragen. Tenslotte volgt de klassikale nabespreking. Deze werkvorm is geschikt om informatie, meningen en oplossingsstrategieën uit te wisselen. Interviewen stimuleert het creatief denken en het tekstbegrip.

De leerkracht kan deze werkvorm inzetten als oriëntatie of om de voorkennis te activeren, maar ook als zelfstandige verwerking of reflectieopdracht. Tijdsduur: ongeveer vijftien minuten.

woordenweb

Elk groepje krijgt een vel papier, met een cirkel in het midden. In die cirkel staat het onderwerp. De leerlingen schrijven/tekenen om de beurt iets over het onderwerp. Elk groepslid heeft een eigen kleur pen, zodat de leerkracht achteraf kan zien wat de inbreng van iedere leerling was. Als dat klaar is, geven de leerlingen met pijlen de relaties tussen de begrippen/tekeningen weer. Oudere leerlingen kunnen daarbij focussen op positieve en negatieve terugkoppelingen. Bij de pijlen mag ook iets geschreven worden.

Het woordenweb kan op diverse momenten van de les ingezet worden. Tijdsduur: ongeveer vijftien minuten.

brainstorm

De brainstorm is bruikbaar als oriëntatie of om de voorkennis te activeren. Hij nodigt uit tot creatief denken. Tijdsduur: zonder perspectieven ongeveer tien minuten, met perspectieven ongeveer 30 minuten.

Bij het brainstormen geeft de leerkracht een opdracht aan de groepjes. Een STEM-gerelateerd voorbeeld is: bedenk in 5 minuten zoveel mogelijk ideeën waarin LED een oplossing voor een realistisch probleem kan zijn. De leerlingen borduren voort op de ideeën van de andere groepsleden. Elke inbreng is waardevol, ook gekke ideeën. Een van de leerlingen is schrijver. Je kan de brainstorm een extra twist geven door leerlingen vanuit 4 verschillende perspectieven te laten kijken: het perspectief van de toeschouwers (de gebruiker van het systeem), de dromers (wat is dé droomoplossing), de realisten (hoe kunnen de dromen omgezet worden in werkelijkheid) en de critici (wat zijn risico's en obstakels voor dit idee). Daarna volgt een klassikale nabespreking van de resultaten.

genummerde hoofden

Deze werkvorm kan op verschillende momenten van de les ingezet worden. Tijdsduur: afhankelijk van de opdracht en leeftijd, 5 minuten tot 10 minuten.

Verdeel de klas in groepjes. Alle leerlingen in het groepje krijgen een nummer. De leerkracht geeft een opdracht, waar aan het eind iedereen een antwoord op moet weten. Elke leerling denkt voor zichzelf hierover na en schrijft het antwoord op. Daarna vertellen ze om de beurt hun antwoord aan de andere groepsleden. Ze overleggen wat het juiste antwoord is, dit moet elke leerling aan het einde weten. Tenslotte noemt de leerkracht een nummer. In elk groepje heeft de leerling met dat nummer de taak om aan de klas te vertellen wat hun groepsantwoord is.

STAM EN EXPERT / jigsaw

Deze werkvorm is erg geschikt voor zaakvakken. Tijdsduur: één of meer lessen.

De leerkracht verdeelt de leerstof of opdracht in gelijke delen. De leerlingen zitten in heterogene stamgroepen. De leerkracht vertelt wat de uitkomst van het groepswerk is, bijvoorbeeld een presentatie, werkstuk of toets. Daarna krijgt elk groepslid een nummer. Vervolgens gaan alle nummers 1 bij elkaar zitten. Idem voor de nummers 2, 3 en 4. Dit zijn de expertengroepjes. Elke expertengroep focust op een bepaald onderdeel van de opdracht. Zij verdiepen zich in de tekst / de opdracht en bedenken hoe ze de informatie kunnen vertellen aan hun stamgroep. Daarna gaat iedereen terug naar zijn stamgroep. Daar vertellen de leerlingen om de beurt wat ze geleerd hebben. De leerlingen voegen alle informatie samen en maken er bijvoorbeeld een presentatie of werkstuk van. Tenslotte evalueert de leerkracht met de leerlingen het groepsresultaat.

placemat

De placemat is een vorm van zelfstandige verwerking. Tijdsduur: tien tot vijftien minuten.

Elk groepje van vier leerlingen krijgt een vel papier, met in het midden een rechthoek. Vanuit de hoeken van de rechthoek trekken de leerlingen lijnen naar de hoeken van het papier. Op die manier ontstaan er nog vier vakken, voor elk groepslid een. De leerkracht geeft een opdracht en elke leerling schrijft in zijn eigen vak zijn ideeën en antwoorden op. Daarna gaan de leerlingen overleggen en formuleren ze een gemeenschappelijk antwoord. Dat schrijven ze op in de gemeenschappelijke rechthoek. Daarop volgt de klassikale uitwisseling.

puzzels

De puzzel is een vorm van zelfstandige verwerking. Tijdsduur: tien tot vijftien minuten.

Elk groepje van vier leerlingen krijgt een envelop met kaartjes. Op die kaartjes staan stukjes tekst of (bij jonge kinderen) plaatjes. De leerlingen lezen hun kaartjes voor aan de andere groepsleden. De anderen moeten goed luisteren, ze mogen de kaartjes niet zien. In het geval van plaatjes, vertellen de leerlingen wat er op de plaatjes te zien is. Als iedereen geweest is, dan pas gaan leerlingen de kaartjes in de goede volgorde leggen. Elke leerling moet aan het einde het verhaal kunnen vertellen. Bij de klassikale nabespreking wijst de leerkracht één leerling per groep aan die het verhaal navertelt of samenvat.

RONDE

De leerkracht geeft elk groepje een opdracht, bijvoorbeeld: Noem een woord dat rijmt op… De leerlingen geven om de beurt een antwoord, dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Bij de klassikale nabespreking vraagt de leerkracht naar de groepsresultaten.

De ronde kan op diverse momenten van de les ingezet worden. Hij is vooral geschikt voor open vragen met korte antwoorden. Tijdsduur: vijf tot tien minuten.

binnencirkel buitencirkel

De leerlingen vormen twee cirkels. De leerkracht stelt een open vraag, bijvoorbeeld: welke historische persoon vind jij een held, en waarom? De leerlingen in de buitencirkel geven antwoord, de leerlingen in de binnencirkel luisteren. Daarna geven de leerlingen van de binnencirkel hun antwoord. Vervolgens draait de buitencirkel x plaatsen door. Dan stelt de leerkracht een nieuwe vraag en geven weer de leerlingen in de buitencirkel eerst antwoord. Daarna geven de leerlingen van de binnencirkel hun antwoord.

Deze werkvorm kan ingezet worden bij begeleide inoefening of als zelfstandige verwerking. Tijdsduur: tien tot vijftien minuten.

hoeken

Deze werkvorm helpt leerlingen kritisch na te denken. Tijdsduur: tien tot vijftien minuten.

De leerkracht geeft toelichting bij de hoeken. In de hoeken hangen bijvoorbeeld papieren met stellingen. De leerlingen lopen naar de hoek waar zij het mee eens zijn. Daar overleggen ze in duo’s waarom ze voor die hoek gekozen hebben. Vervolgens steken de kinderen over naar de tegenovergestelde hoek en vormen een duo met iemand uit die hoek. De een is dan dus voor de stelling, de ander is er tegen. Ze beargumenteren hun keuze en onthouden wat de ander vertelt. Tenslotte gaat iedereen terug naar zijn eigen hoek en vertelt de redenen waarom andere leerlingen voor een andere hoek hebben gekozen. Bij de klassikale nabespreking vraagt de leerkracht aan de leerlingen waarom hun partner voor een andere hoek heeft gekozen.

wandel - wissel uit

Alle leerlingen verspreiden zich onafhankelijk van elkaar in het lokaal. Als de leerkracht ‘Sta stil!’ roept, dan stopt iedereen. Elke leerling vormt een duo met degene die het dichtst bij staat. De leerkracht stelt een vraag of geeft een opdracht. De duo’s wisselen hun antwoorden uit.

Deze werkvorm lijkt erg op de binnen- en buitencirkel. Hij kan ingezet worden bij begeleide inoefening, zelfstandige verwerking of als reflectieopdracht. Tijdsduur: ongeveer vijf minuten.