Want to create interactive content? It’s easy in Genially!

Get started free

Leefwereld van jongeren - opdracht A

lobkebakker

Created on May 12, 2021

Start designing with a free template

Discover more than 1500 professional designs like these:

Akihabara Connectors Infographic

Essential Infographic

Practical Infographic

Akihabara Infographic

Interactive QR Code Generator

Advent Calendar

Tree of Wishes

Transcript

Leefwerelden van jongeren - de jongere en zijn systeem

Opdracht A

Het bio-ecologische model van Bronfenbrenner

Het bio-ecologische model van Bronfenbrenner is een model die beschrijft hoe de sociale omgeving van invloed is op de menselijke ontwikkeling. De theorie stelt dat de omgeving waarin je opgroeit invloed heeft op elk facet van je leven. Bronfenbrenner beweerde dat de omgeving van een adolescent bestond uit vier onderling verbonden systemen, hier is later een vijfde systeem aan toegevoegd. Doordat deze vijf systemen met elkaar samenhangen, hangt de invloed van de ontwikkeling van de adolescent van het ene systeem af van de relatie met de andere systemen. De vijf verschillende systemen kunnen dus niet los van elkaar worden gezien, maar beïnvloeden elkaar allemaal. Daarnaast kan er ook nog beïnvloeding plaatsvinden binnen een systeem. Deze theorie is opgesteld vanuit het idee dat wanneer de omgeving van een adolescent verandert, dit van enorme invloed is op de persoon zelf en dit de persoon zelf ook verandert.

De vijf systemen van het bio-ecologische model van Bronfenbrenner

Microsysteem: Wordt gevormd door de directe contacten van de adolescent en heeft hierdoor de meeste directe invloed. Mesosysteem: Draait om hoe de directe en indirecte contacten van de adolescent contact met elkaar hebben. Exosysteem: Bestaat uit zaken waar de adolescent zelf geen invloed op heeft, maar die wel directe invloed hebben op de adolescent en zijn of haar ontwikkeling. Macrosysteem: Heeft te maken met de maatschappij en cultuur waarin een adolescent opgroeit. Heeft effect op hoe de adolescent opgroeit en hoe hij of zij in de maatschappij staat. Chronosysteem: Heeft betrekking tot de tijd waarin de adolescent leeft en daarmee ook de chronologische volgorde waarin gebeurtennissen in het leven van de adolescent zich afspelen.

Mijn ontwikkeling aan de hand van het model van Bronfenbrenner

Exosysteem Als kind heb ik best wel wat vervelende dingen meegemaakt, zo ben ik mijn oma en vriend al op jonge leeftijd verloren. Daarnaast heeft mijn vader niet het geluk gehad om met een goede familie opgevoed te zijn en heeft mijn moeder het een poosje heel zwaar gehad op haar werk. Als kinderen hebben mijn zus en ik het vooral soms zwaar gehad, omdat wij best wel gevoelig zijn en emoties van naasten snel overnemen. Doordat ik deze emoties en gebeurtenissen onbewust erg heb overgenomen, ben ik een heel gevoelig meisje geworden die het lastig vindt om stevig in haar schoenen te staan. Door hiervoor in gesprek te gaan met mijn ouders en met de hulp van mijn vriend ben ik het afgelopen jaar hier heel erg op vooruitgegaan, waarvan ik merk dat het mij heel goed doet. Ik ben er achtergekomen dat ik bepaalde zaken te veel in me op heb genomen, terwijl ik mij hier helemaal niet zo mee bezig had hoeven houden.

Mesosysteem Mijn ouders zijn er altijd veel mee bezig geweest om goed contact te onderhouden met de indirecte contacten waar ik mee te maken kreeg. Zo hadden mijn ouders af en toe gesprekjes met mijn juffen op de basisschool en brachten ze mij altijd naar zwemles, paardrijden en blokfluitles. Naarmate ik ouder werd mocht ik meer dingen zelf en waren die contactmomentjes niet per se meer nodig. Het contact tussen mijn directe en indirecte contacten vervaagde geleidelijk. Toch vonden mijn ouders het belangrijk om op de hoogte te blijven en wel die verbinding te houden, door af en toe eens mee te gaan. Ik merkte dat ik makkelijk zelfstandig kon zijn, maar dit stiekem toch een stuk minder leuk vond. Ik heb hier dan ook wel wat moeite mee gehad en viel toch vaak weer terug op het veilige gevoel bij mijn directe contacten. Ik denk dat het nog beter voor mij was geweest als mijn ouders me iets meer hadden durven los te laten, want ik weet nu hoe belangrijk het is om ook op eigen benen te kunnen staan.

Microsysteem Ik ben opgegroeid in een gezin met vijf personen, ik heb het geluk dat mijn ouders nog bij elkaar zijn en heb daarnaast een oudere broer en zus. Mijn familie is enorm belangrijk voor mij, we zijn een heel hecht gezin waardoor ik in een veilige en goede omgeving ben opgegroeid. Ik heb verder weinig familie, maar vind dit niet heel erg omdat ik met de familieleden die ik wel heb een hele sterke band heb. Daarnaast is mijn vriendenkring heel belangrijk voor mij, vanaf jongs af aan ben ik al enorm sociaal en was ik altijd met mensen om me heen. Ik ben blij met de mensen die ik om me heen heb en kan bij hen ook echt mezelf zijn.

Macrosysteem Ik ben in Nederland opgevoed, waar ik heel blij mee ben. Ik mag van geluk spreken dat ik in zo'n welvarend land ben opgegroeid en vooral een land waarin gelijkheid zo belangrijk is en er vrijheid van meningsuiting is. Verder ben ik niet gelovig opgevoed, maar heb ik wel op een christelijke basisschool en middelbare school gezeten. Ik vind dit een goede keuze van mijn ouders, omdat ik hierdoor veel ontwikkelingen heb doorgemaakt waar ik anders denk ik niet mee te maken zou hebben gehad. Zo heb ik geleerd om iedereen gelijk te behandelen en heb ik ook kennis gemaakt met veel verschillende culturen en diversiteiten. Wat vooral centraal stond is dat je voor elkaar klaar moet staan en erlkaar moet helpen in moeilijke tijden en ik denk dat dit een enorme positieve invloed heeft gehad op mijn ontwikkeling als kind.

Chronosysteem Ik ben geboren in het jaar 2002, wat vooral bekend staat om de invoering van de eoromunt. Daarnaast was de technologie al behoorlijk aan het opkomen, waardoor wij bijvoorbeeld één computer hadden waar we dan omstebeurt spelletjes op mochten spelen. Als ik er zo op terugkijk vind ik het leuk dat de hele technologie toen opbloeide, maar vind ik het ook wel weer jammer. Dit komt doordat ik merkte dat ik op zo'n jonge leeftijd (rond de leeftijd van 8 jaar denk ik) al beïnvloed werd door social media. Ook werd er veel geroddeld via bijvoorbeeld hyves en kreeg ik via msn ineens berichtjes van een meisje die wilde dat ik seksuele handelingen voor de camera zou uitvoeren. Toch ben ik blij dat mijn ouders vaak heel streng waren met de technologische apparaten en we tijdslimieten kregen voor bijvoorbeeld tv kijken. Ook kreeg ik pas op hele late leeftijd een telefoontje waar ik alleen spelletjes op kon doen en mee kon bellen. Ik denk dat dit mij in positieve zin heeft beïnvloed, omdat ik zo minder meekreeg van de grote invloed van de sociale media.

De fysieke-, cognitieve-, en sociaal emotionele ontwikkeling van jongeren

Fysieke ontwikkeling De puberteit is een periode van rijping, waarin de geslachtsorganen zich volledig ontwikkelen. Het is een verwarrende periode voor zowel de puber zelf als de omgeving, omdat pubers hun zoektocht beginnen naar zichzelf en hun invulling in het leven. Hierbij gebruiken zij de kennis en ervaringen die ze in de ontwikkelingsfasen hiervoor hebben opgebouwd. De puberteit begint doordat in de hypothalamus de remming van het GnRH hormoon wegvalt. Als gevolg hierop worden in de hypofyse de hormonen FSH en LH aangemaakt. Dit betekent dat de hypofyse andere klieren in het lichaam van het kind aanstuurt om volwassen hoeveelheden geslachtshormonen te gaan produceren. Hypofyse zorgt ook dat de hoeveelheid groeihormonen stijgt, waardoor pubers vaak te maken krijgen met een groeispurt. De combinatie van een stijging van de groeihormonen en geslachtshormonen zorgt ervoor dat het kind in de puberteit terecht komt. Puberteit bij meisjes De normale puberteit start bij meisjes gemiddeld tussen de leeftijd van 8 en 12 jaar. De hypofyse zorgt er bij meisjes voor dat er oesterogenen worden aangemaakt, wat zorgt voor rijping van de geslachtswegen, de ontwikkeling van de borsten en de ontwikkeling van de baarmoeder. Door de ontwikkeling van de baarmoeder krijgen meisjes rond hun 13e levensjaar te maken met hun eerste menstruatie. Naast deze ontwikkelingen krijgen meisjes te maken met de groei van hun schaamhaar, maar ook de haren op hun benen en oksels groeien. De primaire kenmerken van de puberteit bij een meisje zijn de ontwikkeling van de borsten en de groei van hun schaamhaar. De secundaire kenmerken van de puberteit bij een meisje zijn de veranderingen in de baarmoeder en vagina. Puberteit bij jongens De normale puberteit start bij jongens gemiddeld tussen de leeftijd van 10 en 14 jaar. De hypofyse zorgt er bij jongens voor dat er testosteron wordt aangemaakt, wat zorgt voor de groei van de penis, toename van de lichaamsbeharing, zwaarder worden van de stem en groei van de skeletspieren. Door de ontwikkeling van de prostaat, bijballen en zaadblaasjes gaan de zaadballen zaadcellen produceren, hierdoor is vanaf deze periode een zaadlozing mogelijk. Op de leeftijd van 14 jaar heeft de helft van de jongens al een zaadlozing gehad, dit kan door middel van masturbatie of door een 'natte droom'.

Cognitieve ontwikkeling In de puberteit zijn de hersenen volop in ontwikkeling. Het limbisch systeem in de hersenen ontwikkelt zich sneller dan de prefrontale cortex, hierdoor is er weinig balans tussen denken en voelen. De prefrontale cortex is het deel in de hersenen waar mensen mee denken, oordelen en complexe inschattingen maken. Daarnaast werkt het als impulsbeheersing en kunnen emoties hiermee worden gereguleerd. In de puberteit is de prefrontale cortex nog niet zo sterk aanwezig, wat kan leidden tot een toename van wangedrag en het nemen van risico's. Naarmate jongeren verder in de puberteit komen merken ze dat de prefrontale cortex groeit en dat ze vooruitgaan op het gebied van deze capaciteiten. Jongeren krijgen het vermogen om verder te denken dan de concrete, huidige situatie. Hierdoor zijn ze minder kortetermijn gericht en worden ze beter in het langetermijndenken, zoals watvoor consequenties bepaald gedrag heeft. De informatieverwerkingstheorie stelt dat de groei van metacognitie één van de voornaamste redenen is voor cognitieve vooruitgang bij adolescenten. Metacognitie is de kennis van mensen over hun eigen denkprocessen en het vermogen de eigen cognitie te volgen (Feldman, 2016). Formeel-operationeel stadium Jongeren komen in het formeel-operationele stadium van Piaget. Dit is het stadium waarin mensen het vermogen ontwikkelen om abstract te denken. Ze beginnen met hypothetisch-deductief redeneren, wat betekent dat ze een algemene theorie ontwikkelen over wat een bepaalde consequentie oplevert. Uit deze theorie leiden ze verklaringen af die weer van toepassing zijn op specifieke situaties. Hierna volgt het propostioneel denken, dit houdt in dat er abstracte logica wordt gebruikt in de afwezigheid van concrete voorbeelden. Belangrijkste cognitieve vooruitgang - De geheugencapaciteit neemt toe, waardoor jongeren hun aandacht kunnen verspreiden over verschillende stimuli - Ontwikkeling van het vermogen om abstract te denken - De verwerkingscapacitiet groeit, waardoor de snelheid van denken toeneemt - De metacognitie breidt uit - De cognitieve zelf-regulering neemt toe

Sociaal-emotionele ontwikkeling In de adolescentie is er sprake van egocentrisme, dit betekent dat het eigen van jongeren in het middelpunt staat, daarnaast wordt de wereld alleen vanuit het eigen perspectief bekeken. Zo hebben jongeren ook vaak het gevoel alsof anderen alleen naar hen kijken, terwijl dit vaak niet het geval is. Daarnaast zijn adolescenten goed in het creëren van persoonlijke fabels, dit houdt in dat ze de overtuiging hebben dat alles wat met hen gebeurd uniek is en alleen bij hen gebeurd. Adolescenten zetten zich vaak af tegen hun ouders, ze gaan overal kritisch naar kijken en houden van discussiëren. Ze zijn meer op hun vrienden netwerk en eigen leven gericht, dan op hun ouders. Volgens Erikson is de adolescentie de tijd van identiteit versus identiteitsverwarring. Dit is de periode waarin adolescenten proberen erachter te komen wie ze zijn, wat hen uniek maakt en wat hen onderscheidt van anderen. Identiteitsvraagstukken spelen dus een belangrijke rol, waar ze veel over nadenken en waarmee ze langzamerhand achter de antwoorden op deze vragen komen.

Het onderwijssysteem in Nederland

Het Nederlandse onderwijssysteem is zoals je op het plaatje rechts kunt zien, behoorlijk complex. Binnen dit onderwijssysteem zijn er vele routes die adolescenten kunnen nemen, wat vaak keuzestress oplevert. Hier komt bij dat adolescenten deze keuzes vaak al op jonge leeftijd moeten maken, waardoor zij een enorme druk ervaren. Vele jongeren worden vanuit het basis onderwijs een verkeerde richting op gestuurd in het middelbaar onderwijs. Dit komt doordat de latere prestaties van adolescenten van de leeftijd van 12 jaar oud nog te moeilijk in te schatten zijn. In het middelbaar onderwijs moet al vrij snel een vakkenpakket gekozen worden, waarbij adolescenten al goed moeten weten welke kant ze op willen. De druk wordt vergroot, doordat je niet met alle vakkenpakketten dezelfde studies kan gaan doen (Haan, 2016). Adolescenten die hun keuze hebben gemaakt willen natuurlijk goed presteren, wat een enorme prestatiedruk oplevert. Prestatiedruk is van invloed op de gezondheid van de adolescent en kan klachten zoals stress en vermoeidheid opleveren. Een mogelijke verklaring voor dit fenomeen is de prestatiemaatschappij waarin we terecht zijn gekomen. Jongeren krijgen te maken met een scala aan keuzemogelijkheden, waarnaast ze ook nog te maken krijgen met de druk die wordt uitgeoefend vanuit de sociale media. Vanuit de maatschappij wordt er druk uitgeoefend om te presteren en om te voldoen aan de verwachtingen die worden gesteld. Daarnaast zorgt het ideaal plaatje op de sociale media ervoor dat jongeren het gevoel krijgen dat ze geen fouten mogen maken, waardoor de druk nog eens extra wordt opgevoerd (Dijken, 2020).

Mijn bewandelde pad

Mijn basisschooltijd heb ik doorgebracht op een christelijke basisschool, waar ik veel heb geleerd. Toen ik in groep acht mijn cito-toets had gemaakt, kwam hieruit dat ik eigenlijk naar vmbo TL moest. Dit kwam vooral omdat ik moeite had met rekenen. Mijn ouders en ik hebben veel gesprekken gehad met mijn meester, over waar ik nou heen moest. Mijn meester gaf aan dat ik met mijn werkhouding havo ook wel aan zou kunnen, ik zou hier alleen hard aan de bak moeten. Zelf wilde ik absoluut niet naar vmbo en vond het prima als ik op havo dan wat harder aan de bel moest trekken. Uiteindelijk mocht ik dan toch naar de havo. Ik was nog maar elf jaar toen ik naar het middelbaar onderwijs ging en ik kreeg nu al te maken met keuzestress. Op de havo verliep het allemaal vrij soepel, ik moest er zeker wat voor doen maar veel minder dan iedereen had gedacht. In het 3e jaar van de havo en voor mij dus op een leeftijd van 14 jaar, moest ik mijn vakkenpakket gaan kiezen. Ik heb hier enorm mee geworsteld, omdat ik geen idee had wat ik later wilde worden. Veel mensen om mij heen wisten welke kant ze ongeveer op wilden, maar ik had geen idee. Uiteindelijk heb ik gekeken waar ik het meest mee kan en heb ik de vakkenpakketen weggestreept die ik sowieso niet wilde. Zo ben ik het vakkenpakket Economie en Maatschappij (EM) gaan doen. Ik merkte dat ik nu al twee keer een keuze had moeten maken en dit beide niet zo soepel was verlopen. Toch was ik blij met mijn vorige keuze, wat mij hoop gaf voor de keuze die ik nu had gemaakt. Het vierde en vijfde jaar op de havo draaien allemaal om je toekomst en welke richting je op wilt gaan. Ik merkte dat ik het moeilijk vond om hiermee bezig te zijn en vaak dacht 'dit komt later wel'. We moesten wel studiepunten verdienen door opendagen te bezoeken en verdiepingsopdrachten te maken. Opeens kwam ik op het idee 'ik wil later psycholoog worden', ik wist niet waarom ik hier nu pas aan had gedacht. Dit kwam doordat mijn moeder een nieuwe baan kreeg waarbij ze werkt met psychologen en fysiotherapeuten. Na het bezoeken van wat opendagen, leek fysiotherapie mij ook een hele leuke studie om te gaan doen. Ik was enorm aan het twijfelen tussen deze twee, maar had eigenlijk al wel een idee in mijn hoofd ik moest en zou psycholoog worden. Toch voelde ik een enorme druk op mijn schouders, omdat ik nog zo jong was en nog helemaal niet de behoefte had om hier überhaupt over na te denken, laat staan helemaal in te verdiepen. Ook merkte ik dat ik heel erg aan het twijfelen was of dit nou echt was wat ik wilde en doordat ik het vierde jaar nauwelijks bij stil had gestaan, voelde ik het vijfde jaar een enorme druk en vloog de tijd voorbij. Ik kwam erachter dat toegepaste psychologie numerus fixus was en moest me snel inschrijven en gaan leren voor het tentamen. Dit tentamen viel ook nog eens tegelijk met mijn tentamenweek op de middelbare school, waardoor ik nog meer stress en vermoeidheid kreeg. Toen ik de week in ging van mijn examens was ik kapot, ik merkte dat ik veel te veel van mijzelf had gevraagd, ik was kapot. Ondanks dat zijn mijn examens hartstikke goed gegaan en heb ik mijn toelatings tentamen gehaald. In de zomervakantie kon ik pas helemaal tot rust komen en merkte ik dat mijn lichaam dit ook echt nodig had. Nu zit ik op het hbo en doe ik de studie toegepaste psychologie, ik heb het enorm naar mijn zin maar merk ook nu weer de keuzestress. Ik zit nu in het tweede jaar en moet voor het derde jaar weer een heleboel keuzes maken, waar ik nog niet aan toe ben. Je kunt kiezen uit een scala van minors en ik zie door de bomen het bos niet meer, daarnaast moet ik mijn richting kiezen. Ik weet in ieder geval dat ik de richting Healthy Ageing ga doen, maar over de andere keuzes ben ik nog niet uit. Doordat ik mijn keuzes nog niet weet merk ik dat ik me weer heel erg druk maak en het vervelend vind dat ik er nog niet over uit ben. Al met al heb ik mijn hele schoolcarrière goede keuzes gemaakt, waar ik enorm blij mee ben. Toch heb ik een heleboel keuzestress ervaren en ervaar ik dit nu nog steeds. Ik vind dit systeem een goed schoolssysteem, want als je dit vergelijkt met andere landen mogen we echt van geluk spreken. Het zou mooi zijn als de prestatiedruk er iets meer vanaf zou kunnen worden gehaald, waardoor je meer je keuzes kan maken wanneer je er klaar voor bent en wanneer je deze wilt maken. Ik vind dat ik niet mag klagen, maar een aantal veranderingen in dit systeem zou voor de volgende generaties misschien wel prettig zijn.

Literatuurlijst

Dijken, V. M. (2020, 20 februari). De prestatiemaatschappij. Geraadpleegd van https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/392990 Feldman, R. S. (2016). Ontwikkelingspsychologie + Mylab NL toegangscode (7de editie). Amsterdam, Nederland: Pearson Benelux B.V Haan, F. (2016, 4 december). Ontdek het beroep leren in 3 werelden. Geraadpleegd van https://www.researchgate.net/profile/Monica-Van-Winkel/publication/311706395_Ontdek_het_beroep_Leren_in_3_werelden/links/5855a9c408ae8f69555618f0/Ontdek-het-beroep-Leren-in-3-werelden.pdf#page=14 Verschueren, K. (2015). Ontwikkeling en onderwijs: de bijdrage van bio-ecologische ontwikkelingsmodellen aan onderwijsonderzoek. Kind en adolescent, 36(4), 209–225. https://doi.org/10.1007/s12453-015-0101-4