Want to create interactive content? It’s easy in Genially!

Reuse this genially

Les pronoms personnels Néerlandais

mgascard

Created on April 5, 2021

Start designing with a free template

Discover more than 1500 professional designs like these:

Modern Presentation

Terrazzo Presentation

Colorful Presentation

Modular Structure Presentation

Chromatic Presentation

City Presentation

News Presentation

Transcript

Les pronoms en néerlandais

Qu'est-ce qu'un pronom?

Mot qui a les fonctions du nom et qui représente ou remplace un nom. Marie en Marc eten graag frieten (Sujet) -> Ze eten graag frieten Ik heb Marie opgebeld (CD) -> Ik heb haar opgebeld Ik heb geld aan Joachim gegeven (CI) -> Ik heb geld aan hem gegeven

Les pronoms personnels

Les pronoms personnels

  • les formes accentuées sont utilisées pour marquer une opposition, un désaccord ou dans le deuxième terme de comparaison
    • Hij is groter dan zij
    • wij willen werken, jij niet
  • Forme polie "u" valable pour le singulier ou le pluriel
    • komt u maar binnen
    • gaat u maar zitten, jongens
  • Hij peut parfois se prononcer (ie)
  • Die au lieu de "hij" ou "ze" quand il s'agit d'une chose
  • "Je" est employé au lieu de "jullie" quand on veut éviter une répétition
    • Ik wil jullie zeggen dat je gelijk hebt.

Les pronoms personnels

Ici c'est facile car le masculin, le féminin et le neutre sont évidents

Pieter = masculin Sarah = féminin het bed : neutre (j'ai "het" devant bed)

Ik geef Pieter een boek. -> Ik geef hem een boek Ik geef Sarah een boek -> Ik geef haar een boek Ik maak het bed op -> Ik maak het op

Ici je sais que c'est masculin ou féminin puisqu'il y a "de"

Die remplace régulièrement "haar" ou "hem" quand il s'agit d'une chose-> Ze lezen de brief (masculin ou féminin?) -> Ze lezen hem -> ze lezen die

Ik geef Pieter een boek. / Ik geef een boek aan Pieter -> Ik geef hem een boek/ Ik geef een boek aan hem

Karin heeft Tommy en Lucas gezien. -> Wie heeft ze gezien?Karin heeft hen gezien

Complément direct

COMPLEMENT INDIRECT + PREPOSITION

Ik geef het boek aan de kinderen -> Aan wie geef je het boek? Ik geef het boek aan hen

Célina vertelt het verhaal aan de kinderen -> Aan wie vertelt ze het verhaal?Célina vertelt hun het verhaal

COMPLEMENT INDIRECT + PREPOSITION

AAN HEN = HUN

La place des pronoms

Célina vertelt het verhaal aan de kinderen -Célina vertelt hun het verhaal het hun CD CI S + verbe + CD (pronom) + CI (pronom)

  • les pronoms personnels compléments suivent le verbe ou l'auxiliaire
  • le pronom personnel direct précéde le pronom complément indirect

Exercices

RECONNAITRE LES pronoms PERSONNELS SUJETS ET COMPLEMENTS

1. Hij is voor zijn examens geslaagd. 2. Heb je hem haar mooie auto getoond? 3. Heb je hun je woordenboek gegeven? 4. Ze heeft je auto thuis gewassen 5. We zijn rijk

Exercices

fiche 4 B Les pronoms personnels Remplace par un pronom personnel sujet : 1. Marc is rijk en gelukkig 2. Vanessa is een topmodel in een agentschap 3. Zijn moeder is nooit op tijd 4. De hond zit onder de tafel 5. Zijn horloge is te smal 6. Vanessa en haar vader hebben een ongeval (: accident) gehad 7. Mijn broer en ik zullen met vakantie gaan 8. Krijgen je en je broer mooie cadeautjes voor Kerstmis 9. De broer van Julie draagt een mooie trui 10. De zus van Julie heeft mooie laarzen aan

Exercices

fiche 4 C Les pronoms personnels compléments /10 Complète avec un pronom personnel complément : 1) Ik geef een cadeautje aan Marc en Sybille 2) Ik geef mijn vriendin een cadeautje 3) Simon speelt met zijn broer 4) Ik begrijp mijn ouders niet meer 5) Maëlle schrijft haar zussen een brief 6) We bezoeken het kasteel 7) Ik vind je nieuwe schoenen mooi 8) Ik vind je tekening mooi 9) Marie maakt haar bed op 10) Ik vind Matthieu en jij sympathiek